MTBBelg >>> MTBRoutes.be MTB Reisverhalen Rode Lintjes
MTB Reisverhalen
 MTB Reisverhalen - Dolomiti Superbike 2003 (111 km, 3000 hm)
Algemeen  
Dolomiti Superbike 2003  
111 km lang, 3000 hoogtemeters zoals beleefd door Guido Vandroemme
België  
Engeland  
Frankrijk  
Duitsland  
Oostenrijk  
Italië  
Transalp  
 
Disclaimer  
Al de verslagen die op deze website staan, zijn eigendom van hun respectievelijke schrijvers. Dus niets mag gekopieerd worden zonder hun toestemming.


   Dolomiti Superbike 2003 (111 km, 3000 hm)

De week ervoor had ik mij al voorbereid door twee van de drie lussen van de ‘100 km dei Forti’ te rijden, een bewegwijzerd MTB parcours in de omgeving van Folgaria bij Trento (ca 40 km te noorden van het Garda meer). De avond voordien vertrekken wij (= ik + echtgenote) vanop de camping aan Lago Levico bij Trento naar Villa Bassa (Niederdorf), zowat 180 km verder naar het noorden in het HochPustertal, dichtbij de grens met Oostenrijk.
In Villa Bassa loopt er al wat volk rond, hier is duidelijk iets te doen. Ik ga rustig mijn nummer afhalen, mét de windstopper die ik erbij cadeau krijg. Daarna gaat het richting camping, zowat 2 km van Villabassa, om voor een stevige pasta-maaltijd en een bed voor de nacht te zorgen (tentje). We kruipen vroeg in de slaapzak, maar even na één uur in de nacht worden we gewekt door een bende motards die luidruchtig (boven hun theewater) terugkeren van een avondje feesten, en nog nauwelijks de rits van hun tentje open krijgen. Daarna komt er van slapen niet veel meer in huis: de zenuwen zijn onmiskenbaar reeds van de partij. Om 6 uur gaat de wekker, maar daar lig ik dan al klaarwakker op te wachten.
Het is nog bitter koud als ik enkele boterhammen-met-bananen naar binnen spoel met een kop heerlijk warme koffie.

In Villabassa is het nu heel druk, we laten de auto achter even buiten het dorp. Na een kus van vrouwtjelief en wat zoeken vind ik de weg naar de start. Daar ontmoet ik zowaar Kurt Beyers (De Zoenk) tussen zowat 3300 andere bikers, die hun plaatsje innemen in de lange stoet. De bikers van de 59 km en de 111 km worden in drie ‘slierten’ verdeeld. Ik sta samen met Kurt in de sliert van de ‘hobbybikers’: wij komen laatst aan de beurt.
Om 08.00 u hoor ik aan het kabaal dat de start werd gegeven, maar het duurt nog ruim 10 minuten vooraleer onze stoet in beweging komt. Even later rijden we de startlijn over en registreert de elektronische chip netjes onze starttijd. Kurt is al tussen de talloze andere bikers verdwenen.

In een lange stoet rijden we het dorp uit, en beginnen meteen aan de eerste klim van de dag, een kleine 6 km over een asfalt weggetje, van ca 1150m naar 1600m. We rijden nog dicht op elkaar, en zowat iedereen houdt zich nog rustig, it’s a long way to Tipperary. Ik steek enkele bekende gezichten van de voorbije LCMT voorbij, makkelijk te herkennen aan hun LCMT outfit, en zeg eventjes gedag aan enkele bikers met een Belgisch clubshirt aan (o.a. United Bikers).
 
naar 1800m

Over een brede bosweg gaat het een achttal kilometers op en neer, maar opeens gaat het enkele honderden meters steil naar beneden over een pad dat bezaaid ligt met wortels. En jawel: zowat iedereen stapt af. Het is nochtans niet zo moeilijk, maar wat wil je, de groep rijdt nog te dicht op elkaar. Stapvoets dan maar. Ik maak me er niet druk over. Even verder kunnen we weer de fiets op. Na deze korte afdaling gaat het via een breed bospad weeral bergop, naar 1800m. De afdaling die daarna komt is welgekomen, en gaat erg snel. Er zijn nauwelijks technische passages, maar hier en en daar zijn verraderlijk scherpe bochten. Alles is echter netjes aangeduid met waarschuwingsborden, en vrijwel in elke gevaarlijke bocht staat iemand van de civiele bescherming. Beneden aan de lange afdaling staat zelfs een ziekenwagen, voor het geval dat.
Waarschuwingsborden Civiele bescherming

Steile stukken
Met de bidons die ik onderweg zie liggen, kan ik wel een handeltje beginnen. Vanuit het dal (1150 m) beginnen we aan één van de langste klims van de dag, via een met grind verhard bospad. Het gaat in trappen omhoog: soms lijkt het een makkie en kunnen we rustig in een ritme rijden, maar regelmatig wordt dat ritme onderbroken door steile stukken, waar de eerste voetgangers reeds te zien zijn. De zon brandt nu ongenadig op onze hoofden en ruggen, en eist duidelijk zijn tol. Drinken, drinken, drinken is de boodschap. Gelukkig is op de talrijke bevoorradingen volop water te krijgen, en eten komen we er ook niet tekort. Op 1600 m hoogte staat het spandoek van de eerste bergprijs premie. Daar is ook een bevoorrading, en daar moet ik wel stoppen want het uitzicht is er grandioos.
Spandoek

Als recreant wil ik ook maximaal genieten van deze rit. Wie het gehoopt had komt bedrogen uit: de klim is hierna nog niet gedaan, via een singletrack langs de rand van een alpenwei en een bruggetje, loopt het pad plots recht naar … een koeiestal! Hugh? Jawel, dwars door de stal, terwijl de koeien ons snuivend gadeslaan. Het is zelfs uitkijken om niet in de zeikgoot terecht te komen. Aan de andere kant van de Alpenboerderij gaat het pad gewoon weer verder over een smal weggetje. Leuk intermezzo.

Dit is meteen ook het einde van de lange klim. Vanop 1700 m gaat het over een kronkelende shotterweg naar beneden. Het lijkt niet gevaarlijk, maar de grote snelheden die hier bereikt worden zorgen in combinatie met de shotterbedekking vaak voor lange remsporen in de talrijke haarspeldbochten, en niet zelden eindigen die remsporen in het bos…iets wat ik trouwens aan de lijve ondervind…

Op het geplastificeerde hoogteprofiel van de tocht dat ik in de achterzak van m’n fietsshirt meeheb, zie ik vervolgens een ‘korte’ klim: slechts een drietal kilometer. En het begint heel onschuldig, met een licht stijgende grindweg. Maar al gauw verandert het karakter ervan: het wordt een venijnige, vaak erg technische, zware klim over ruwe stenen, met enkele erg steile stukken erin. De pro’s zullen hier wel op fietsen, maar wij stappen hier. Een bordje toont ons dat de 2de premie voor de bergrpijs over 300 m te verdienen is. 300m maar? Dat lijkt niets, maar o wee: het laatste stuk is nog loeizwaar en eveneens nauwelijks te fietsen. Nog maar eens stappen. Dit is volgens mij echt wel de zwaarste en gemeenste klim van de ganse tocht. De afdaling is al even kort en even technisch.


door het dal

Beneden gekomen doen de kuiten en de polsen pijn. Gelukkig fietsen we nu enkele kilometers door het dal, goed om de spieren wat te ontspannen en wat te recupereren. De vorige klim heeft een flink gat geslagen in de reserves. In Toblach neem ik dan ook even de tijd om degelijk te eten en te drinken, want volgens het hoogteprofiel komt hierna een heel lange klim. Die begint met een vlak stuk door het dal, dat overgaat in vals plat over een brede shotterweg. Na al het vorige lijkt dit ‘niets’, maar toch stijgen we tussen km 66 en km 85 van 1200m naar 1500m. Hoe dichter we bij de ultieme klim komen, hoe nijdiger het pad wordt. Soms doorkruisen we uitgedroogde wildbeken, bezaaid met ruwe stenen, soms worden we verrast door korte, maar ruwe en grillige klimmetjes, waarbij de spieren toch al protest laten voelen. Ietwat onverwacht kom ik op 85 km aan de laatste bevoorrading, aan de start van de laatste klim. Over 7 km stijgt die van 1500m naar een bergpas boven de 2000m. Technisch is die klim niet, maar met vermoeide benen en in de brandende zon lijkt dit wel een eindeloos labeur. Ik heb blijkbaar nog wel wat reserve in de benen, want ik steek in deze klim meer dan 20 geparkeerde bikers voorbij. Als ik na de zoveelste haarspeldbocht eindelijk de pas zie, juich ik wat te vroeg, want dan is het nog iets meer dan een kilometer klimmen alvorens ik op de top ben.

Heerlijk! Over een brede grindweg, met een geweldig uitzicht over de omringende bergen fiets ik losjes naar de laatste afdaling van de dag. Eventjes wordt ik nog opgehouden door enkele autochtonen, maar even later gaat het ‘vollen bak’ over de asfaltweg naar beneden.

Aan de start van de laatste klim:

autochtonen:

Er komt nog een technische, kronkelende singletrack door het bos, en nog een nijdig klimmetje, maar dat kan de pret niet meer bederven: de eindmeet komt nu vlug dichterbij. Er kan niets meer fout gaan. Via een golvende asfaltweg leg ik inwendig juichend de laatste kilometeres af, en geef via de GSM een seintje aan vrouwtjelief dat ik eraan kom. Als ik over de eindmeet rij, staat ze met het fototoestel in de aanslag en wordt het moment vereeuwigd met een kiekje. In de gezellige drukte ontmoet ik nadien nog verschillende bekenden uit het LCMT peloton, waarvan er enkele echt wel scherpe tijden gefietst hebben.

Al bij al vond ik deze Dolomiti Superbike minder zwaar dan ik verwacht had (of heb ik mezelf onderschat?). Ik heb deze tocht puur recreatief gereden, en op geen enkel moment geprobeerd om een goede tijd te fietsen (ik deed er 8u23’ over) Door het vaak stoppen om foto’s te trekken flirtte ik zelfs met de limiettijden. Maar dan reed ik eventjes wat ‘vlugger’ door en dat kwam dan wel weer goed. Ik heb eigenlijk nooit ‘afgezien’, en van begin tot einde genoten van de rit.
Wie in België de 80 km van Theux of de 90km van Bouillon uitrijdt zonder uitgeput te zijn, kan zeker ook deze Dolomiti Superbike aan. Een goede uithoudingstraining moet voldoende zijn: de lange klimmen in de Dolomieten zijn veel ‘fietsbaarder’ dan de talrijke ‘heftige’ klimmetjes in onze Belgische Ardennen. En die paar technische stukken, waar je al eens van de fiets moet, neem je er met plezier bij.

Guido Vandroemme