|
|
|
| Grand
Traversée du Jura 2002 |
|
| |
|
|
|
|
| |
| Disclaimer |
|
| Al de verslagen
die op deze website staan, zijn eigendom van
hun respectievelijke schrijvers. Dus niets
mag gekopieerd worden zonder hun toestemming.
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Grande
Traversée du Jura, 12-16 aug 2002 |
Twee jaar geleden was ik bij
een groep die met O2-bikers gedurende drie dagen kon proeven
van het GTJ traject. Ik was er danig van gecharmeerd en maakte
plannen om er terug te keren om het ganse traject te fietsen.
Na wat opzoeken van info en rondvragen vond ik vijf bikers
die het avontuur ook wel wilden meemaken. Met z’n zessen:
Clark Aerbeydt (Neverest), Dirk Debaenst (Neverest), Rudi
Schroeven (RL), Luc Schoeters (RL), Kris Bertels (RL) en ikzelf
(Neverest + RL) trokken we richting Frankrijk/Zwitserse grens.
(RL = Rood lintje) |
 |
 |
De Grande Traversée du Jura is net als de Grande Traversée du Vercors
een bepijld langeafstands VTT traject dat
beheerd wordt door de FFC (Fédération Française Cycliste). Het
Jura is een gebergte in Frankrijk, langs de grens met Zwitserland.
Dit traject begint in Mandeure en eindigt 380 km verder naar
het zuidwesten in Hauteville-Lompnes. Men kan deze tocht afleggen
in etappes die van 5 tot 10 dagen in beslag nemen. Het eerste
stuk blijkt enorm zwaar te zijn, en is er maar later bijgekomen.
Het laatste stuk daarentegen is wat platjes. Daarom worden deze
stukken door veel bikers weggelaten. Ook wij kozen ervoor om
het klassieke traject af te leggen, in 5 fietsdagen. Jura-Randonnées zorgde voor
de reservatie van de overnachtingen, en voor het vervoer van
onze handbagage tijdens de verschillende etappes. Daardoor konden
we overdag maximaal genieten van het biken met alleen een klein
dagrugzakje (Camelbak) met wat repen en extra kledij erin. |
Het Jura gebergte is een heel oud gebergte : de toppen
zijn niet erg hoog, en de wanden niet erg steil. Er is erg weinig
bevolking, en het is er erg groen met vele weiden en bossen. Het
gedroomde decor voor wandelaars, bikers, ruiters (en in de winter:
langlaufers).
| |
Dag
1 : Trévillers - Grand Combe-des-Bois |
Afstand : 45, 35 km. Fietstijd: 3u30min, Gemiddelde:
12, 9 km/h Hoogemeters 1125m
De dag voordien waren we met de ‘Vélomibile ’
fietstaxi
naar de Jura gereden. Dat is een gebergte in Frankrijk, langs de
grens met Zwitserland.
Het ‘Hotel
de France ’
was op zondagavond eigenlijk gesloten, en daarom moesten we ons
tevreden stellen met een koude schotel en een karaf wijn. Daarna
gingen we nog een pint pakken in ‘Le Cheval Blanc’,
waarschijnlijk het enige café in de wijde omtrek…
’s Morgens krijgen we het voor Frankrijk gebruikelijke
ontbijt: ‘baguette’ met confituur en sterke koffie.
Het heeft ’s nachts nog geregend en de lucht
zit bewolkt. Maar het is niet koud en goedgemutst gaan we van start.
Het hotel bevindt zich pal op het traject zodat we niet lang hoeven
te zoeken naar de bepijling.
Na een opwarmertje op de weg gaan we off-road op
een kiezelweg die langzaam klimt. Aan ‘La Charotte du Haut’
is het even zoeken want we moeten een open weiland dwarsen om aan
de overkant de GR5 te vinden.
 |
Die volgen we tot aan Montassier-Dessous. Vanaf
daar klimmen we steeds verder door bossen en weilanden, terwijl
we verschillende GTJ
bruggetjes passeren. Vanaf het gehucht ‘La Closure’
beginnen we aan een lange, maar overschaduwde en daardoor nogal
modderige afdaling
( – 400 Hm) naar de Doubs (uitspreken als ‘”Doe”). |
 |
We rijden nu een eindje op een asfalt (Route de Saignelègier)
langs deze prachtige rivier ,
het lokale mekka van de vliegvisserij. In Goumois steken we via
een burg de Doubs over en belanden daardoor in Zwitserland. Op de
Zwitserse oever volgen we een kiezelpad dat ons naar de prachtige
ruige ‘Gorges du Doubs’ leidt. De kiezelweg vernauwt
tot een pad dat ons langs het Stade Nautique des Seignottes brengt:
een internationaal kajak slalomparcours. Vermits kajak mijn andere
sport is, komt het water me in de mond bij het zien van de talrijke
stroomversnellingen ,
walsen, en kolken tussen de rotsblokken. We stoppen even aan de
barrage van Theusseret. Enkele kilometers steken we via een brug
over de barrage van ‘La Goule’ weer de Doubs over.

Doubs |
Aan beide kanten van de brug zien we een
verschillende Doubs: aan de ene
kant (van de barrage) een brede vlak stromende rivier,
aan de andere kant een wilde bergrivier. We
zijn meteen terug op Franse bodem. Het pad blijft steeds dicht
bij de rivier maar omdat we ons op de steile oever ‘Côte
de la Goule’ bevinden moeten we herhaaldelijk stevige
klimmetjes verwerken.
|
|
 |
En die klimmetjes worden klimmen
als we ons langs door de bossen van de ‘Côte Verrerie’
van de rivier verwijderen. Na een stop om te genieten van het
prachtige uitzicht van ‘les Echelles de la Mort’
(het woord zegt het zelf) bereiken we ‘La
Charbonnière ’:
een ruïne van wat waarschijnlijk eens een houtskoolbranderij
was, maar nu is het een gedroomde picknick plaats temidden de
bossen. |
Vermits we nog geen enkel dorp van betekenis zijn
tegengekomen moeten we het stellen met wat in onze rugzak
zit: een banaan en enkele repen. De zon komt zowaar van tussen de
wolken piepen, waardoor het aangenaam warm
wordt. Als Dirk zijn fiets wil oppakken komt hij oog in oog te staan
met een slang. Wij komen op zijn geroep kijken, maar het beest is
dan al verdwenen. Later horen we dat dit een ‘vipère’’
was, een adder, en nog wel één met een giftige (dodelijke) beet.
Het is maar goed dat we de energie voorraad aangevuld hebben want
vanaf daar rijden we nog verder uit het dal van de Doubs, en dat
moet natuurlijk via een lange steile helling met enkele haarspeldbochten
door ‘Le bois de la Biche’. Het stenige pad is hier
en daar nogal modderig door de regen van de voorbije dagen. Dirk
rijdt met een semi-slick (tubeless Michelin Jet S) achteraan en
daarmee door nat gras en modder klimmen valt niet mee. Even verder
rijden we langs steile rotswanden
(‘Sur les Roches’) waar we blijkbaar moeten opletten
voor vallende stenen. Uiteindelijk bereiken we terug het ‘Plateau
de Maïche’ hoog boven de rivier (+ 350 Hm) en krijgen meteen
een prachtig uitzicht over het dal vanop de ‘Belvedère de
La Cendrée’.
Na wat open weiland doorkruist te hebben bereiken
we via een korte verbindingsroute naar het gehucht Grand Combe-des-Bois
de gîte ‘Chez le
Maillot ’
waar we deze nacht verblijven. Tegen de verwachtingen in zijn ze
daar voorzien van een heuse hogedrukreiniger .
En die hebben we hard nodig, want we zitten redelijk onder de modder.
De Magura voorrem van Luc zit zonder druk, waardoor alle remkracht
weg is. Oplossing: olijfolie! En jawel: het werkt nog ook. Clark
had last om te schakelen achteraan en nu blijkt de oorzaak: een
kapotte kettingschakel. Ook dat wordt zonder veel omhaal meteen
opgelost. Na een warme douche mogen we samen met de baas en de bazin
aan tafel in de grote keuken .
Wat we daar meemaken kan ik misschien het best omschrijven als ‘La
Grande Bouffe’. De vrouw des huizes slooft zich werkelijk
uit om ons de allerbeste streekgerechten voor te schotelen in ongewoon
grote porties: eerst versgemaakte groentensoep met versgebakken
brood, daarna warme kaastaart, vervolgens de hoofdschotel, zijnde
gekookte aardappelen met gestoofde princessenbonen en drie soorten
vlees (waaronder de in de streek befaamde ‘saucisson de Morteau’),
daarna een grote kom sla, gevolgd door de kaasschotel met de streekkazen.
Om te eindigen (wij kunnen al lang geen pap meer zeggen) zet ze
een schaal fruit op tafel en komt ze ook nog eens aandraven met
koffie en thee. Om ‘volledig’ te zijn haalt ze ook nog
een fles zelfgemaakte perenlikeur boven. Dirk giet het goedje (50°!!!)
losweg door zijn keel, maar wij nippen heel voorzichtig aan het
glas en snuiven de verrukkelijke perengeur op. Nadien moeten we
met z’n allen nodig een hap frisse lucht nemen alvorens de
bedstee op te zoeken.
| |
Dag
2: Grand Combe-des-Bois – Les Petits Cernets |
Afstand: 60,2 km, Fietstijd: 4u39min, Gemiddelde:
12,9 km/h, Hoogtemeters: 1410m.

Glibberig
afdaling
|
|

natuurwonder
niet zo gladjes
|
| In ‘Le Barboux verlaten we het plateau
en dalen, nog steeds door de weilanden, terug naar de rivier.
Van zodra we de bossen bereiken nemen we een afslag en dalen
nu langs de flank van de steile helling ‘La descente de
Goudavi’ af. Onder de bomen is het pad nog niet droog
en daardoor nog gevaarlijk glibberig.
Terwijl de rivier een brede meander maakt gaat het pad min of
meer rechtdoor waardoor we er ons weer van verwijderen, zij
het via een lastige klim. Eventjes rijden we op een asfaltweg
door het gehucht Le Pissoux, maar algauw slaan we links een
pad in dat ons via een prachtige lange afdaling
door het bos langs de helling van de ‘Mont Châtelard’
weer naar de Doubs brengt. In de verte horen we reeds het geluid
van de ‘Saut du Doubs’, één van de bezienswaardigheden
van de streek. Dat geluid wordt steeds sterker en af en toe
zien we nu door de bomen links van ons het witte schuim van
de immense waterval, maar we moeten wel goed op het pad letten,
want dat ligt er niet
zo gladjes bij. We maken natuurlijk een klein ommetje om
even een blik te
werpen op dit natuurwonder.
Maar daarna krijgen we meteen een stenige en steile klim te
verwerken. De stenen zijn nog vochtig en dat maakt het klimmen
erg moeilijk. Geen enkele band blijkt die vochtige stenen ‘trappen’
aan te kunnen (of zijn het de benen) en regelmatig zetten we
voet aan de grond. Terug starten op zo’n helling is natuurlijk
ook niet evident. |

Belvedere |
Na wat fietsen langs de bergwand
komen we aan de Belvedère
over het bassin van de Doubs. De rivier toont zich vandaag werkelijk
op zijn best. Na een stukje losfietsen over een route forestière
door het Bois de Geay en een stukje asfalt bereiken we Morteau,
de stad van de in de streek beroemde ‘Saucisse de Morteau’.
Wij houden het bij een broodje
kip op een terrasje. Daar steken we opnieuw de Doubs over
en komen in de vlakke weilanden van het dal terecht. Het is
even heerlijk losfietsen in het zonnetje via brede, vlakke kiezelwegen.
Aan de overkant van het dal, in Cinard, moeten we kiezen tussen
het klassieke traject via le Grand Combe-Châteleu, of een langere
en zwaardere variant via Le Grand-Mont. Het is vandaag zeer
warm, we hebben al een zwaar stuk achter de rug, we zijn
al een stuk over de middag, en we hebben nog een lang stuk te
doen, en daarom kiezen we voor het klassieke traject. Een uur
later blijkt waarom dat een goede beslissing was: om de overnachtingsplaats,
een hotelletje net over de grens in Zwitserland te bereiken,
moeten we zo’n 11 km van het parcours weg. En dat stuk
is voor het grootste gedeelte klimmen door alpenweiden.
Weiden bollen al niet zo goed en als je dan bovendien nog omhoog
dient te rijden, amaai. Slechts het laatste stukje kunnen we
genieten van een paar kilometers licht afdalende kiezelweg.
Het zonnige terras van het hotelletje ‘Des Cernets’
is dan ook een waar paradijs voor deze bende vermoeide en uitgedroogde
bikers… |
 |
broodje
kip
 |
alpenweiden
 |
| |
Dag
3: Les Petits Cernets – Chapelle des Bois |
Afstand : 74,87 km, Fietstijd : 5u28min, Gemiddelde:
13.7 km/h, Hoogtemeters: 1315.
Vandaag komt de ‘koninginnerit’: 75 km
MTB. De fysieke inspanningen van de vorige dagen indachtig plannen
we een rustige start, maar dat is ons niet gegund: het parcours
van de eerste 20 km is zo zwaar
dat we er zowaar 2 uur over doen! We starten al meteen door de
immense alpenweiden. Ik had na de lange klim van gisteren een afdaling
verwacht, maar we krijgen integendeel eerst een technische klim
dwars door een bos, en daarna nog één door een weiland te verwerken.
We passeren Pontarlier op enkele kilometer en krijgen eindelijk
een lange afdaling via asfalt. In een flits passeren we het imposante
fort Catinat. De afdaling gaat zo lekker dat de groep de off-road
afslag in het gehucht Jeantets voorbij schiet. Ik rijd op dat moment
als laatste (ik vind pijlsnel afdalen op asfalt niet zo leuk) en
merk bijtijds de fout op. Ook Rudi is gestopt langs de weg en samen
wachten we tot de anderen het hele stuk weer bergop komen gereden.
Even later komen we al aan de ruïne van fort
Mahler (nadat we even tevoren weer op het traject van de GTJ
kwamen). Vanaf daar kunnen we reeds een blik werpen op het schilderachtige
‘Chateau de Joux ’
, en wanneer we de halverwege de stenige en steile afdaling zijn,
doemt dit prachtige kasteel aan onze rechterkant in al zijn glorie
op. Je moèt wel stoppen om zoiets te bewonderen. Twee beroepsfotografen
zijn er kiekjes aan het maken voor een magazine over de Franche-Comté
streek. Ze vragen ons meteen of ze foto’s mogen maken van
ons met het kasteel op de achtergrond .
Dirk doet erg zijn best om ook in de kijker te komen, en haalt zijn
mooiste kunsten
uit op de mtb. De fotografen verschieten dadelijk verrukt de rest
van hun filmpje. Ze vragen mijn adres en beloven de foto’s
– en als ze erin komen ook het magazine – op te sturen.
We vatten gezwind de rest van de afdaling aan. Beneden gekomen blijken
de velgen gloeiend heet te staan van het voortdurende remmen. De
magura voorrem met olijfolie doet het echter voortreffelijk…
We zetten onze tocht verder over het GTJ traject dat hier de GR5
volgt. Het gaat steeds maar op en neer door weiden en bos. Bij het
stuk weg net voor het dorp Les Hopitaux-Neufs zijn er grote wegenwerken
aan de gang. Volgens de papieren van Jura-Randonnées moeten we hier
een kleine omweg maken, maar waarom zijn we hier dan met een mountainbike?
Zonder veel problemen geraken we in het dorp.
Daar zoeken en vinden we een bakker die ons belegde
broodjes kan bezorgen, en gauw verlaten we de drukte van het dorp,
om een eind verder het broodje te verorberen op een prachtige
picknickplaats .
Vanaf daar is het maar enkele kilometers meer naar de skilift van Métabief
die ons naar de top van de Morond brengt. Terwijl we samen met de
fietsen naar boven glijden zien we onder ons de afdalingspiste en
de duo-slalom piste, maar echt veel volk is daar niet op bezig.
Nadat we boven een pad
gevolgd hebben dat naar enkele prachtige vergezichten
over de Zwitserse Alpen leidt, vatten we één van de mooiste uitdagingen
van het ganse traject aan: de afdaling van de Mont d’Or. Het
is een mix van snelheid en trial over een zeer wisselend terrein.
Beneden gekomen hebben we allemaal vermoeide polsen en kuiten, maar
we zijn eensgezind verrukt over ons besluit om deze variante te
kiezen.
De natuurwonderen zijn nog niet uitgeput: na een
tocht over de GR5 door het ‘Forêt des Villedieu’ stuiten
we op de ‘Source
du Doubs ’.
De rivier komt hier zomaar uit de rotswand, niet als een bescheiden
bronnetje, maar meteen als een bergrivier. Maar er is hier veel
te veel volk en daar kunnen we niet goed tegen. We maken rap dat
we er weg zijn. Vanaf daar verlaten we voorgoed de Doubs die drie
dagen onze gezel was. De GR5 doorkruist het woud van de ‘Mont
Noir’ en vreet opnieuw een flink stuk van onze energievoorraad
weg. Als we het laatste stuk naar Chapelle-des-Bois
over asfalt mogen rijden is niemand daar rouwig om: het zware
parcours
en de hitte hebben onze beste krachten opgeëist. Eén van de eerste
activiteiten bij aankomst is het opzoeken van een terrasje
waar we ons acuut vochttekort te lijf gaan met enkele heerlijke
‘blanches’. En ’s avonds leg ik al meteen een
vochtreserve
aan voor de volgende dag…
| |
Dag
4: Chapelle des Bois – Le Manon |
Afstand: 43, 3 km, Fietstijd: 3u15min, Gemiddelde: 13,3
km/h, Hoogtemeters: 995.
Over het asfalt rijden we weg van Chapelle-des-Bois
langs de Lac des Mortes en de Lac de Bellefontaine en komen zo in
het uitgestrekte woud van Risoux. We doorkruisen dit woud langs
eindeloze op en neer gaande ‘chemins blancs’ (witte
gravier wegen) zoals La Route Forestière du Risoux, La Route Forestière
du Chalet des Ministres en La Route Forestière de la Combette aux
Quilles (wat een prachtige namen). Een snelle afdaling brengt ons
in het door toeristen druk bezochte stadje ‘Les Rousses’
in het dal. Aan de fontein
op het stadsplein worden wat herstellingen
aan de fietsen uitgevoerd, en genieten we van een rustpauze .
Via een klim rond het ‘Fort des Rousse’ verlaten we
het dal. Vrij plots komen we voor een korte, stenige, steile afdaling
naar een klein riviertje ‘La Chaille’ te staan. Hier
worden natuurlijk enkele foto’s genomen. Aan de andere kant
van het bruggetje ‘Passage du Bief de la Chaille’ begint
de mooiste klim van het traject: ‘La montée sur Prémanon’.
Volgens het commentaar van het GTJ traject is deze beklimming
‘nog net te doen met de fiets’. Het is niet zozeer het
hoogtepercentage maar wel het trial aspect
dat deze klim zo moeilijk maakt. Het moet inderdaad mogelijk zijn
om het ganse stuk (een 3tal kilometer) te fietsen zonder voet
aan de grond
te zetten, maar bij ons kwamen alleen Dirk en Kris in de buurt van
deze prestatie.
Een eind verder, in het Bois de Ban, komt een beklimming
(weer een 3tal kilometer) van een ander soort: hier is het zondermeer
het stijgingspercentage die het zo moeilijk maakt, maar het pad
is toch ook wel redelijk ruw. Vermits ik vastbesloten ben het ganse
eind te fietsen, wil ik niet afstappen om een foto te maken…
We rijden een stuk over de ‘GR du Tour de la
Haute-Bienne’ en stuiten zowaar op het
‘Rode Lintjes’ pad door het bos … Via de Combe
Sambine bereiken we Lamoura. Vanaf daar komen we op de ‘GR
du Tour du Haut Jura Sud’. Op deze GR bereiken we tenslotte
de ‘Gîte de La Trace ’,
niet ver van het gehucht Le Manon. De bazin is er nog niet, en daarom
rusten we even uit op het houten terras .
Dit was veruit de gemakkelijkste etappe. Er zat verhoudingsgewijs
redelijk veel asfalt in. Maar enkele passages waren daarentegen
uitermate technisch.
| |
Dag
5: Le Manon – St Germain de Joux. |
Afstand: 46,5 km, Fietstijd: 3u6min, Gemiddelde 14,9
km/h, Hoogemeters: 905.
Roche Fauconnière


zicht op St. Germain
de Joux
|
Vanuit het dorp leidt een lange klim ons naar
le Crêt au Merle (1289 m). Daarvandaan hebben we een prachtig
panoramisch uitzicht .
Vanaf daar beginnen we aan een lange afdaling langs een ‘chemin
blanc’ door het Forêt de Champfromter. Toch is het opletten
geblazen, want opeens stuurt de bepijling ons rechts een vrij
technisch bospad in, dat ons naar het prachtig uitzicht op de
Roche Fauconnière breng: een prachtige
steile rotswand in een halve cirkel. We komen terug op de weg
en dalen verder af naar Giron. Het einde van de tocht is de
naam apothéose waardig: vanuit Giron wacht ons een kilometerslange
prachtige stenige afdaling, die van elk van ons het uiterste
van stuurkunst, beheersing, evenwicht, kuiten en polsen vergt.
Wanneer we terug op de asfaltweg komen met zicht
op St. Germain de Joux is iedereen onder de indruk van de
afdaling, die iedereen gelukkig zonder problemen heeft doorstaan.
Uitermate voldaan rijden we het dorp binnen en vinden zowaar
weeral een geschikt terrasje,
waar we de camionette
opwachten die ons terug naar Trévillers brengt, samen met de
fietsen. Die rit duurt nog een dikke drie uur, en we zien vele
passages terug waar we met de fiets voorbij kwamen. |
Terug in Trévillers brengen we natuurlijk terug een
bezoek aan ‘Le Cheval Blanc’, en het is toch wat later
eer we naar bed gaan dan de vorige dagen… We hoeven de volgende
dag immers niet zelf met de auto te rijden want de Vélomobile komt
ons ophalen en terug naar huis brengen.
In O2 bikers nr. 67 staat een artikel over de Grande
Traversée du Jura
Het traject is goed bewijzerd, en veelal kan je louter op de
bepijling verder rijden. Maar af en toe zijn de kaarten toch onmisbaar.
Wij kregen van Jura Randonnées een set TOP25 kaarten in bruikleen.
Daarop staat in fluo het traject gemarkeerd, incluis de varianten,
en de verbindingsstukken naar de overnachtingsplaatsen. Pas op de
terugtocht van St. Germain de Joux naar Trévillers vond ik in La
Pesse een gedrukt werkje over
de GTJ. Daarin staan op 23 losse fiches alle trajecten beschreven,
met telkens de passende kaartuittreksels en mooie foto’s erbij.
Het is uitgegeven bij Chamina (ISBN 2-84466-037-1) en kost 13,20
€. Handig is dat hierin ook telkens lijstjes van overnachtingsplaatsen
staan vermeld.
Meer dan dat boek heb je eigenlijk niet nodig, en
de fiches zijn heel wat handiger in de stuurkaarthouder dan de grote
TOP25 kaarten. Misschien denk je dat de etappes die wij reden niet
zo erg lang waren. Maar je moet wel rekening houden met wat tijdverlies
door het kaartlezen, en de fysisieke zwaarte van de ritten mag je
geenszins onderschatten. Als je bovendien ook nog wat wil genieten
van het prachtige en bijwijlen adembenemende landschap, mag je absoluut
niet te veel hooi (zeg maar: kilometers) op je vork nemen. Wij konden
met vrijwel elke rit goed onze dag vullen.
Wij lieten de organisatie van de overnachtingen (telkens
half-pension) en het overbrengen van de bagage over aan Jura-Randonnées. (Wij betaalden
409 € p/p voor 6 overnachtingen met half pension). Vermits
het GTJ traject min of meer rechtlijnig is, is het zelf organiseren
van het bagage-vervoer niet echt gemakkelijk, behalve als je voor
een begeleider met auto kunt zorgen.
De GTJ is een prachtig MTB parcours. Het is dan ook
geen wonder dat jaarlijks blijkbaar meer dan 100 bikers uit vele
landen dit traject afleggen. Wij waren al lang geen pioniers meer.
Wij hadden het geluk om bijna steeds in de zon te
kunnen rijden (behalve de eerste dag), en het was echt een fijne
bende om bij te zijn!
Wellicht zijn het alleen wij zessen die de ware betekenis
kennen van het West-Vlaams gezegde:
“D’ hen’n pek’n deur d’n
droad!
Guido Vandroemme
|