MTBBelg >>> MTBRoutes.be MTB Reisverhalen Rode Lintjes
MTB Reisverhalen
 MTB Reisverhalen - Grande Traversée du Jura
Algemeen  
Grand Traversée du Jura 2002  
België  
Engeland  
Frankrijk  
Duitsland  
Oostenrijk  
Italië  
Transalp  
 
Disclaimer  
Al de verslagen die op deze website staan, zijn eigendom van hun respectievelijke schrijvers. Dus niets mag gekopieerd worden zonder hun toestemming.


   Grande Traversée du Jura, 12-16 aug 2002

Twee jaar geleden was ik bij een groep die met O2-bikers gedurende drie dagen kon proeven van het GTJ traject. Ik was er danig van gecharmeerd en maakte plannen om er terug te keren om het ganse traject te fietsen. Na wat opzoeken van info en rondvragen vond ik vijf bikers die het avontuur ook wel wilden meemaken. Met z’n zessen: Clark Aerbeydt (Neverest), Dirk Debaenst (Neverest), Rudi Schroeven (RL), Luc Schoeters (RL), Kris Bertels (RL) en ikzelf (Neverest + RL) trokken we richting Frankrijk/Zwitserse grens.

(RL = Rood lintje)

De Grande Traversée du Jura is net als de Grande Traversée du Vercors een bepijld langeafstands VTT traject dat beheerd wordt door de FFC (Fédération Française Cycliste). Het Jura is een gebergte in Frankrijk, langs de grens met Zwitserland. Dit traject begint in Mandeure en eindigt 380 km verder naar het zuidwesten in Hauteville-Lompnes. Men kan deze tocht afleggen in etappes die van 5 tot 10 dagen in beslag nemen. Het eerste stuk blijkt enorm zwaar te zijn, en is er maar later bijgekomen. Het laatste stuk daarentegen is wat platjes. Daarom worden deze stukken door veel bikers weggelaten. Ook wij kozen ervoor om het klassieke traject af te leggen, in 5 fietsdagen. Jura-Randonnées zorgde voor de reservatie van de overnachtingen, en voor het vervoer van onze handbagage tijdens de verschillende etappes. Daardoor konden we overdag maximaal genieten van het biken met alleen een klein dagrugzakje (Camelbak) met wat repen en extra kledij erin.

Het Jura gebergte is een heel oud gebergte : de toppen zijn niet erg hoog, en de wanden niet erg steil. Er is erg weinig bevolking, en het is er erg groen met vele weiden en bossen. Het gedroomde decor voor wandelaars, bikers, ruiters (en in de winter: langlaufers).

   Dag 1 : Trévillers - Grand Combe-des-Bois
Afstand : 45, 35 km. Fietstijd: 3u30min, Gemiddelde: 12, 9 km/h  Hoogemeters 1125m

De dag voordien waren we met de ‘Vélomibilefietstaxi naar de Jura gereden. Dat is een gebergte in Frankrijk, langs de grens met Zwitserland.

Het ‘Hotel de France was op zondagavond eigenlijk gesloten, en daarom moesten we ons tevreden stellen met een koude schotel en een karaf wijn. Daarna gingen we nog een pint pakken in ‘Le Cheval Blanc’, waarschijnlijk het enige café in de wijde omtrek…

’s Morgens krijgen we het voor Frankrijk gebruikelijke ontbijt: ‘baguette’ met confituur en sterke koffie.

Het heeft ’s nachts nog geregend en de lucht zit bewolkt. Maar het is niet koud en goedgemutst gaan we van start. Het hotel bevindt zich pal op het traject zodat we niet lang hoeven te zoeken naar de bepijling.

Na een opwarmertje op de weg gaan we off-road op een kiezelweg die langzaam klimt. Aan ‘La Charotte du Haut’ is het even zoeken want we moeten een open weiland dwarsen om aan de overkant de GR5 te vinden.

Die volgen we tot aan Montassier-Dessous. Vanaf daar klimmen we steeds verder door bossen en weilanden, terwijl we verschillende GTJ bruggetjes passeren. Vanaf het gehucht ‘La Closure’ beginnen we aan een lange, maar overschaduwde en daardoor nogal modderige afdaling ( – 400 Hm) naar de Doubs (uitspreken als ‘”Doe”).

We rijden nu een eindje op een asfalt (Route de Saignelègier) langs deze prachtige rivier, het lokale mekka van de vliegvisserij. In Goumois steken we via een burg de Doubs over en belanden daardoor in Zwitserland. Op de Zwitserse oever volgen we een kiezelpad dat ons naar de prachtige ruige ‘Gorges du Doubs’ leidt. De kiezelweg vernauwt tot een pad dat ons langs het Stade Nautique des Seignottes brengt: een internationaal kajak slalomparcours. Vermits kajak mijn andere sport is, komt het water me in de mond bij het zien van de talrijke stroomversnellingen, walsen, en kolken tussen de rotsblokken. We stoppen even aan de barrage van Theusseret. Enkele kilometers steken we via een brug over de barrage van ‘La Goule’ weer de Doubs over.


Doubs

Aan beide kanten van de brug zien we een verschillende Doubs: aan de ene kant (van de barrage) een brede vlak stromende rivier, aan de andere kant een wilde bergrivier. We zijn meteen terug op Franse bodem. Het pad blijft steeds dicht bij de rivier maar omdat we ons op de steile oever ‘Côte de la Goule’ bevinden moeten we herhaaldelijk stevige klimmetjes verwerken.

 

 
En die klimmetjes worden klimmen als we ons langs door de bossen van de ‘Côte Verrerie’ van de rivier verwijderen. Na een stop om te genieten van het prachtige uitzicht van ‘les Echelles de la Mort’ (het woord zegt het zelf) bereiken we ‘La Charbonnière: een ruïne van wat waarschijnlijk eens een houtskoolbranderij was, maar nu is het een gedroomde picknick plaats temidden de bossen.

Vermits we nog geen enkel dorp van betekenis zijn tegengekomen moeten we het stellen met wat in onze rugzak zit: een banaan en enkele repen. De zon komt zowaar van tussen de wolken piepen, waardoor het aangenaam warm wordt. Als Dirk zijn fiets wil oppakken komt hij oog in oog te staan met een slang. Wij komen op zijn geroep kijken, maar het beest is dan al verdwenen. Later horen we dat dit een ‘vipère’’ was, een adder, en nog wel één met een giftige (dodelijke) beet. Het is maar goed dat we de energie voorraad aangevuld hebben want vanaf daar rijden we nog verder uit het dal van de Doubs, en dat moet natuurlijk via een lange steile helling met enkele haarspeldbochten door ‘Le bois de la Biche’. Het stenige pad is hier en daar nogal modderig door de regen van de voorbije dagen. Dirk rijdt met een semi-slick (tubeless Michelin Jet S) achteraan en daarmee door nat gras en modder klimmen valt niet mee. Even verder rijden we langs steile rotswanden (‘Sur les Roches’) waar we blijkbaar moeten opletten voor vallende stenen. Uiteindelijk bereiken we terug het ‘Plateau de Maïche’ hoog boven de rivier (+ 350 Hm) en krijgen meteen een prachtig uitzicht over het dal vanop de ‘Belvedère de La Cendrée’.

Na wat open weiland doorkruist te hebben bereiken we via een korte verbindingsroute naar het gehucht Grand Combe-des-Bois de gîte ‘Chez le Maillot waar we deze nacht verblijven. Tegen de verwachtingen in zijn ze daar voorzien van een heuse hogedrukreiniger. En die hebben we hard nodig, want we zitten redelijk onder de modder. De Magura voorrem van Luc zit zonder druk, waardoor alle remkracht weg is. Oplossing: olijfolie! En jawel: het werkt nog ook. Clark had last om te schakelen achteraan en nu blijkt de oorzaak: een kapotte kettingschakel. Ook dat wordt zonder veel omhaal meteen opgelost. Na een warme douche mogen we samen met de baas en de bazin aan tafel in de grote keuken. Wat we daar meemaken kan ik misschien het best omschrijven als ‘La Grande Bouffe’. De vrouw des huizes slooft zich werkelijk uit om ons de allerbeste streekgerechten voor te schotelen in ongewoon grote porties: eerst versgemaakte groentensoep met versgebakken brood, daarna warme kaastaart, vervolgens de hoofdschotel, zijnde gekookte aardappelen met gestoofde princessenbonen en drie soorten vlees (waaronder de in de streek befaamde ‘saucisson de Morteau’), daarna een grote kom sla, gevolgd door de kaasschotel met de streekkazen. Om te eindigen (wij kunnen al lang geen pap meer zeggen) zet ze een schaal fruit op tafel en komt ze ook nog eens aandraven met koffie en thee. Om ‘volledig’ te zijn haalt ze ook nog een fles zelfgemaakte perenlikeur boven. Dirk giet het goedje (50°!!!) losweg door zijn keel, maar wij nippen heel voorzichtig aan het glas en snuiven de verrukkelijke perengeur op. Nadien moeten we met z’n allen nodig een hap frisse lucht nemen alvorens de bedstee op te zoeken.

   Dag 2: Grand Combe-des-Bois – Les Petits Cernets

Afstand: 60,2 km, Fietstijd: 4u39min, Gemiddelde: 12,9 km/h, Hoogtemeters: 1410m.

De volgende morgen krijgen we van de bazin onze kleren netjes gewassen en gedroogd terug. Service! Na een alweer copieus ontbijt namen we afscheid. Het lieve mens staat zowaar met tranen in de ogen als ze ons uitwuift …

Na een korte rit komen we terug in de uitgestrekte weilanden waar we ontelbare typische ‘GTJ-bruggetjes’ moeten passeren. Om het de bikers gemakkelijk te maken om de afsluitingen tussen de weilanden te passeren zijn over het ganse traject tientallen van deze bruggetjes gemaakt: meestal van metaal, maar vele zijn ook van hout. Het is wat wennen, want er komt nogal wat behendigheid en stuurkunst bij kijken. Sommige van deze bruggetjes zijn zelfs een technische uitdaging om ze fietsend te passeren. En dat lukte lang niet altijd, ondervond Luc.


Glibberig

afdaling

Lastige klim Blik op natuur


natuurwonder

niet zo gladjes

In ‘Le Barboux verlaten we het plateau en dalen, nog steeds door de weilanden, terug naar de rivier. Van zodra we de bossen bereiken nemen we een afslag en dalen nu langs de flank van de steile helling ‘La descente de Goudavi’ af. Onder de bomen is het pad nog niet droog en daardoor nog gevaarlijk glibberig. Terwijl de rivier een brede meander maakt gaat het pad min of meer rechtdoor waardoor we er ons weer van verwijderen, zij het via een lastige klim. Eventjes rijden we op een asfaltweg door het gehucht Le Pissoux, maar algauw slaan we links een pad in dat ons via een prachtige lange afdaling door het bos langs de helling van de ‘Mont Châtelard’ weer naar de Doubs brengt. In de verte horen we reeds het geluid van de ‘Saut du Doubs’, één van de bezienswaardigheden van de streek. Dat geluid wordt steeds sterker en af en toe zien we nu door de bomen links van ons het witte schuim van de immense waterval, maar we moeten wel goed op het pad letten, want dat ligt er niet zo gladjes bij. We maken natuurlijk een klein ommetje om even een blik te werpen op dit natuurwonder. Maar daarna krijgen we meteen een stenige en steile klim te verwerken. De stenen zijn nog vochtig en dat maakt het klimmen erg moeilijk. Geen enkele band blijkt die vochtige stenen ‘trappen’ aan te kunnen (of zijn het de benen) en regelmatig zetten we voet aan de grond. Terug starten op zo’n helling is natuurlijk ook niet evident.

Belvedere
Na wat fietsen langs de bergwand komen we aan de Belvedère over het bassin van de Doubs. De rivier toont zich vandaag werkelijk op zijn best.  Na een stukje losfietsen over een route forestière door het Bois de Geay en een stukje asfalt bereiken we Morteau, de stad van de in de streek beroemde ‘Saucisse de Morteau’. Wij houden het bij een broodje kip op een terrasje. Daar steken we opnieuw de Doubs over en komen in de vlakke weilanden van het dal terecht. Het is even heerlijk losfietsen in het zonnetje via brede, vlakke kiezelwegen. Aan de overkant van het dal, in Cinard, moeten we kiezen tussen het klassieke traject via le Grand Combe-Châteleu, of een langere en zwaardere variant via Le Grand-Mont. Het is vandaag zeer warm, we hebben al een zwaar stuk achter de rug, we zijn al een stuk over de middag, en we hebben nog een lang stuk te doen, en daarom kiezen we voor het klassieke traject. Een uur later blijkt waarom dat een goede beslissing was: om de overnachtingsplaats, een hotelletje net over de grens in Zwitserland te bereiken, moeten we zo’n 11 km van het  parcours weg. En dat stuk is voor het grootste gedeelte klimmen door alpenweiden. Weiden bollen al niet zo goed en als je dan bovendien nog omhoog dient te rijden, amaai. Slechts het laatste stukje kunnen we genieten van een paar kilometers licht afdalende kiezelweg. Het zonnige terras van het hotelletje ‘Des Cernets’ is dan ook een waar paradijs voor deze bende vermoeide en uitgedroogde bikers…
broodje kip
alpenweiden
   Dag 3: Les Petits Cernets – Chapelle des Bois
Afstand : 74,87 km, Fietstijd : 5u28min, Gemiddelde: 13.7 km/h, Hoogtemeters: 1315.

Vandaag komt de ‘koninginnerit’: 75 km MTB. De fysieke inspanningen van de vorige dagen indachtig plannen we een rustige start, maar dat is ons niet gegund: het parcours van de eerste 20 km is zo zwaar dat we er zowaar 2 uur over doen!  We starten al meteen door de immense alpenweiden. Ik had na de lange klim van gisteren een afdaling verwacht, maar we krijgen integendeel eerst een technische klim dwars door een bos, en daarna nog één door een weiland te verwerken. We passeren Pontarlier op enkele kilometer en krijgen eindelijk een lange afdaling via asfalt. In een flits passeren we het imposante fort Catinat. De afdaling gaat zo lekker dat de groep de off-road afslag in het gehucht Jeantets voorbij schiet. Ik rijd op dat moment als laatste (ik vind pijlsnel afdalen op asfalt niet zo leuk) en merk bijtijds de fout op. Ook Rudi is gestopt langs de weg en samen wachten we tot de anderen het hele stuk weer bergop komen gereden.

Even later komen we al aan de ruïne van fort Mahler (nadat we even tevoren weer op het traject van de GTJ kwamen). Vanaf daar kunnen we reeds een blik werpen op het schilderachtige ‘Chateau de Joux , en wanneer we de halverwege de stenige en steile afdaling zijn, doemt dit prachtige kasteel aan onze rechterkant in al zijn glorie op. Je moèt wel stoppen om zoiets te bewonderen. Twee beroepsfotografen zijn er kiekjes aan het maken voor een magazine over de Franche-Comté streek. Ze vragen ons meteen of ze foto’s mogen maken van ons met het kasteel op de achtergrond. Dirk doet erg zijn best om ook in de kijker te komen, en haalt zijn mooiste kunsten uit op de mtb. De fotografen verschieten dadelijk verrukt de rest van hun filmpje. Ze vragen mijn adres en beloven de foto’s – en als ze erin komen ook het magazine – op te sturen. We vatten gezwind de rest van de afdaling aan. Beneden gekomen blijken de velgen gloeiend heet te staan van het voortdurende remmen. De magura voorrem met olijfolie doet het echter voortreffelijk… We zetten onze tocht verder over het GTJ traject dat hier de GR5 volgt. Het gaat steeds maar op en neer door weiden en bos. Bij het stuk weg net voor het dorp Les Hopitaux-Neufs zijn er grote wegenwerken aan de gang. Volgens de papieren van Jura-Randonnées moeten we hier een kleine omweg maken, maar waarom zijn we hier dan met een mountainbike? Zonder veel problemen geraken we in het dorp.

Daar zoeken en vinden we een bakker die ons belegde broodjes kan bezorgen, en gauw verlaten we de drukte van het dorp, om een eind verder het broodje te verorberen op een prachtige picknickplaats. Vanaf daar is het maar enkele kilometers meer naar de skilift van Métabief die ons naar de top van de Morond brengt. Terwijl we samen met de fietsen naar boven glijden zien we onder ons de afdalingspiste en de duo-slalom piste, maar echt veel volk is daar niet op bezig. Nadat we boven een pad gevolgd hebben dat naar enkele prachtige vergezichten over de Zwitserse Alpen leidt, vatten we één van de mooiste uitdagingen van het ganse traject aan: de afdaling van de Mont d’Or. Het is een mix van snelheid en trial over een zeer wisselend terrein. Beneden gekomen hebben we allemaal vermoeide polsen en kuiten, maar we zijn eensgezind verrukt over ons besluit om deze variante te kiezen.

De natuurwonderen zijn nog niet uitgeput: na een tocht over de GR5 door het ‘Forêt des Villedieu’ stuiten we op de ‘Source du Doubs. De rivier komt hier zomaar uit de rotswand, niet als een bescheiden bronnetje, maar meteen als een bergrivier. Maar er is hier veel te veel volk en daar kunnen we niet goed tegen. We maken rap dat we er weg zijn. Vanaf daar verlaten we voorgoed de Doubs die drie dagen onze gezel was.  De GR5 doorkruist het woud van  de ‘Mont Noir’ en vreet opnieuw een flink stuk van onze energievoorraad weg. Als we het laatste stuk naar Chapelle-des-Bois over asfalt mogen rijden is niemand daar rouwig om: het zware parcours en de hitte hebben onze beste krachten opgeëist. Eén van de eerste activiteiten bij aankomst is het opzoeken van een terrasje waar we ons acuut vochttekort te lijf gaan met enkele heerlijke ‘blanches’. En ’s avonds leg ik al meteen een vochtreserve aan voor de volgende dag…

   Dag 4: Chapelle des Bois – Le Manon
Afstand: 43, 3 km, Fietstijd: 3u15min, Gemiddelde: 13,3 km/h, Hoogtemeters: 995.

Over het asfalt rijden we weg van Chapelle-des-Bois langs de Lac des Mortes en de Lac de Bellefontaine en komen zo in het uitgestrekte woud van Risoux. We doorkruisen dit woud langs eindeloze op en neer gaande ‘chemins blancs’ (witte gravier wegen) zoals La Route Forestière du Risoux, La Route Forestière du Chalet des Ministres en La Route Forestière de la Combette aux Quilles (wat een prachtige namen). Een snelle afdaling brengt ons in het door toeristen druk bezochte stadje ‘Les Rousses’ in het dal. Aan de fontein op het stadsplein worden wat herstellingen aan de fietsen uitgevoerd, en genieten we van een rustpauze. Via een klim rond het ‘Fort des Rousse’ verlaten we het dal. Vrij plots komen we voor een korte, stenige, steile afdaling naar een klein riviertje ‘La Chaille’ te staan. Hier worden natuurlijk enkele foto’s genomen. Aan de andere kant van het bruggetje ‘Passage du Bief de la Chaille’ begint de mooiste klim van het traject: ‘La montée sur Prémanon’. Volgens het commentaar van het GTJ traject is deze beklimming ‘nog net te doen met de fiets’. Het is niet zozeer het hoogtepercentage maar wel het trial aspect dat deze klim zo moeilijk maakt. Het moet inderdaad mogelijk zijn om het ganse stuk (een 3tal kilometer) te fietsen zonder voet aan de grond te zetten, maar bij ons kwamen alleen Dirk en Kris in de buurt van deze prestatie.

Een eind verder, in het Bois de Ban, komt een beklimming (weer een 3tal kilometer) van een ander soort: hier is het zondermeer het stijgingspercentage die het zo moeilijk maakt, maar het pad is toch ook wel redelijk ruw. Vermits ik vastbesloten ben het ganse eind te fietsen, wil ik niet afstappen om een foto te maken…

We rijden een stuk over de ‘GR du Tour de la Haute-Bienne’ en stuiten zowaar op het ‘Rode Lintjes’ pad door het bos … Via de Combe Sambine bereiken we Lamoura. Vanaf daar komen we op de ‘GR du Tour du Haut Jura Sud’. Op deze GR bereiken we tenslotte de ‘Gîte de La Trace, niet ver van het gehucht Le Manon. De bazin is er nog niet, en daarom rusten we even uit op het houten terras.

Dit was veruit de gemakkelijkste etappe. Er zat verhoudingsgewijs redelijk veel asfalt in. Maar enkele passages waren daarentegen uitermate technisch.

   Dag 5: Le Manon – St Germain de Joux.
Afstand: 46,5 km, Fietstijd: 3u6min, Gemiddelde 14,9 km/h, Hoogemeters: 905.
We vrezen een beetje voor een pacours dat nog gemakkelijker is dan dat van gisteren, maar dat valt gelukkig heel erg mee. Want hier zitten we in het natuurpark van de ‘Haut-Jura’ en de GTJ brengt ons naar 1300 m hoogte. De klim van de boerderij ‘La Bise’ naar de weiden ‘Les Platières’ is meteen al een heel moeilijke. Het pad volgt de GR ‘Tour du Haut-Jura’ en is steil en technisch. In de uitgestrekte weiden ‘entre ciel et terrre’  is het pad nog nauwelijks zichtbaar en is het soms wat zoeken, maar met behulp van de kaart en een kompas lukt dat redelijk goed. Vermits we hier heel hoog zitten krijgen we af en toe heel mooie vergezichten te zien. We hebben onderweg ontelbare koeien van het ras ‘Monbéliarde’ gezien en uiteindelijk blijkt waarvoor die dienen: in in ‘Les Moussières’  passeren we ‘La Maison des Fromages’. Omdat we al verschillende keren mochten proeven van de heerlijke kazen van de streek (Comté, Bleu de Gex, Morbier) besluiten enkelen onder ons wat kaas mee te nemen voor de thuisblijvers. Eindelijk komen we terug op een asfaltweg die ons door La Pesse.


‘entre ciel et terrre’

koeien van het ras ‘Monbéliarde’

Roche Fauconnière


zicht op St. Germain de Joux

Vanuit het dorp leidt een lange klim ons naar le Crêt au Merle (1289 m). Daarvandaan hebben we een prachtig panoramisch uitzicht. Vanaf daar beginnen we aan een lange afdaling langs een ‘chemin blanc’ door het Forêt de Champfromter. Toch is het opletten geblazen, want opeens stuurt de bepijling ons rechts een vrij technisch bospad in, dat ons naar het prachtig uitzicht op de Roche Fauconnière breng: een prachtige steile rotswand in een halve cirkel. We komen terug op de weg en dalen verder af naar Giron. Het einde van de tocht is de naam apothéose waardig: vanuit Giron wacht ons een kilometerslange prachtige stenige afdaling, die van elk van ons het uiterste van stuurkunst, beheersing, evenwicht, kuiten en polsen vergt. Wanneer we terug op de asfaltweg komen met zicht op St. Germain de Joux is iedereen onder de indruk van de afdaling, die iedereen gelukkig zonder problemen heeft doorstaan. Uitermate voldaan rijden we het dorp binnen en vinden zowaar weeral een geschikt terrasje, waar we de camionette opwachten die ons terug naar Trévillers brengt, samen met de fietsen. Die rit duurt nog een dikke drie uur, en we zien vele passages terug waar we met de fiets voorbij kwamen.

Terug in Trévillers brengen we natuurlijk terug een bezoek aan ‘Le Cheval Blanc’, en het is toch wat later eer we naar bed gaan dan de vorige dagen… We hoeven de volgende dag immers niet zelf met de auto te rijden want de Vélomobile komt ons ophalen en terug naar huis brengen.

   Informatie
In O2 bikers nr. 67 staat een artikel over de Grande Traversée du Jura

Het traject is goed bewijzerd, en veelal kan je louter op de bepijling verder rijden. Maar af en toe zijn de kaarten toch onmisbaar. Wij kregen van Jura Randonnées een set TOP25 kaarten in bruikleen. Daarop staat in fluo het traject gemarkeerd, incluis de varianten, en de verbindingsstukken naar de overnachtingsplaatsen. Pas op de terugtocht van St. Germain de Joux naar Trévillers vond ik in La Pesse een gedrukt werkje over de GTJ. Daarin staan op 23 losse fiches alle trajecten beschreven, met telkens de passende kaartuittreksels en mooie foto’s erbij. Het is uitgegeven bij Chamina (ISBN 2-84466-037-1) en kost 13,20 €. Handig is dat hierin ook telkens lijstjes van overnachtingsplaatsen staan vermeld.

Meer dan dat boek heb je eigenlijk niet nodig, en de fiches zijn heel wat handiger in de stuurkaarthouder dan de grote TOP25 kaarten. Misschien denk je dat de etappes die wij reden niet zo erg lang waren. Maar je moet wel rekening houden met wat tijdverlies door het kaartlezen, en de fysisieke zwaarte van de ritten mag je geenszins onderschatten. Als je bovendien ook nog wat wil genieten van het prachtige en bijwijlen adembenemende landschap, mag je absoluut niet te veel hooi (zeg maar: kilometers) op je vork nemen. Wij konden met vrijwel elke rit goed onze dag vullen.

Wij lieten de organisatie van de overnachtingen (telkens half-pension) en het overbrengen van de bagage over aan Jura-Randonnées. (Wij betaalden 409 € p/p voor 6 overnachtingen met half pension). Vermits het GTJ traject min of meer rechtlijnig is, is het zelf organiseren van het bagage-vervoer niet echt gemakkelijk, behalve als je voor een begeleider met auto kunt zorgen.

De GTJ is een prachtig MTB parcours. Het is dan ook geen wonder dat jaarlijks blijkbaar meer dan 100 bikers uit vele landen dit traject afleggen. Wij waren al lang geen pioniers meer.

Wij hadden het geluk om bijna steeds in de zon te kunnen rijden (behalve de eerste dag), en het was echt een fijne bende om bij te zijn!

Wellicht zijn het alleen wij zessen die de ware betekenis kennen van het West-Vlaams gezegde:

“D’ hen’n pek’n deur d’n droad!

Guido Vandroemme