|
|
|
| LCMT 2001, België,
augustus 2001 |
|
| |
|
|
|
|
| |
| Disclaimer |
|
| Al de verslagen
die op deze website staan, zijn eigendom van
hun respectievelijke schrijvers. Dus niets
mag gekopieerd worden zonder hun toestemming.
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Dag 1: Ieper-Kortrijk,
109 km |
|
Na de start
met veel tralala in het centrum van Ieper worden de hellingen van
de Kemmelberg, Monteberg, Zwarteberg, Rodeberg en Catsberg (Fr) maximaal
benut om ons een waardig begin van de LCMT te bezorgen. De meeste
paadjes hier ken ik redelijk goed.
Het zijn natuurlijk de Ardennen niet, maar het is best pittig rijden
hier in Heuvelland.
De chronometerrit voor de bikers die aan de recreantencompetitie meedoen
begint met een zeer steile klim tegen de Catsberg op, zo'n helling
waar je al tevreden bent als je op de fiets kan blijven. Terwijl ik
naar boven peddel op de 'koffiemolen' valt een chronorijder naast
mij met gierende adem stil. Hij doet het laatste stuk lopend, maar
krijgt nauwelijks genoeg adem door zijn keel. Volgens mij gaan een
aantal van die chronorijders door de grens van wat ze fysiek eigenlijk
aankunnen. Soit. Het is niet meer aan mij besteed.
Na deze heuvelzone is het gedaan met hellingen: langs de Leie fietsen
we met een briesje in de rug richting Kortrijk. De snelheid ligt constant
boven de 30 km/h. Bij de aankomst aan Kinepolis is iedereen in opperbeste
stemming: het was een 'gemakkelijke' rit, het is mooi weer en we zijn
nog niet moe. Laat de rest maar komen. |
| |
Dag 2: Kortrijk-Ronse,
94 km |
|
Bij de start
is WTV (regionale TV) aanwezig om interviews af te nemen en wat beelden
te schieten. Ook vandaag geen moeilijk parcours. Het heuvelt wel wat,
en als we door Celles rijden zien we in de verte de Kluisberg liggen,
maar erover rijden we - nog - niet. In deze streek liggen nog veel
'kerkewegels': betegelde paden van één tegel breed door
de velden, die vroeger vooral dienden om op zondag naar de kerk te
stappen. Omdat die paden nogal kronkelen, en zo smal zijn is wel stuurvaardigheid
vereist, want prikkeldraad en grachten zijn alomtegenwoordig. Even
na de eerste bevoorrading krijg ik zowaar een tik van de hamer: te
lang gewacht om iets te eten. Mijn benen zijn als van plastiek en
ik moet het groepje waar ik bijzit lossen, op het 'platte' notabene.
Na zowat een kwartier kom ik er weer bovenop, maar 100% wordt het
niet meer. Het stuk dat gechronometreerd wordt bevat wel enkele mooie
hellingen, maar verrast de competitierijders vooral door de lengte
ervan. Waar 15 km opgegeven was blijken het er 22 km te zijn. Daardoor
trappen heel wat renners flink op hun adem, en aan de volgende bevoorrading,
waar ook de aankomst van de chrono
ligt, liggen de bikers languit in het gras na te hijgen (en te sakkeren
op de foutief opgegeven afstand). Even verder zit een biker langs
het pad: gevallen over enkele uitstekende stenen. Aan de stand van
zijn pols zie ik duidelijk dat het om een breuk gaat. Maar de dokter
is al verwittigd en even later is die inderdaad al ter plaatse. Spijtig
genoeg is het voor Bas (Ndl) afgelopen. 's Avonds zien we hem terug
met een flinke gips. Voor de rest van de rit blijft het voor mij wat
kwakkelen, maar als we Ronse naderen merk ik aan een aantal bikers
in de groep dat die eveneens heel wat energie verbruikt hebben. |
| |
Dag 3: Ronse-Geeraardsbergen,
97 km. |
|
Vandaag krijgen we zowat alle hellingen van de finale
van de Ronde van Vlaanderen voorgeschoteld (Kluisberg, Knokteberg,
Kwaremont, Paterberg, Kortekeer, Berendries
),afgewisseld met
pittige paadjes, en lange kasseistroken (Paddestraat, Stationsberg,
).
Ook de Koppenberg zit erbij. Die ben ik nog nooit opgereden. Amaai,
da's toch een kuitenbijter van formaat. Naar ik hoor komt die terug
in het parcours van De Ronde. De renners zullen het geweten hebben.
Vandaag heb ik goede benen, en als we in Geeraardsbergen de Kloosterstraat
en dan de muur opgaan laat ik zowaar mijn gezellen ver achter mij.
Ik ben nog nooit zo snel naar boven gereden. Op en rond de Muur rijden
de wedstrijdrenners vandaag de eerste etappe van hun internationale
wedstrijd, en we kijken nog even hoe Meirhaeghe, Paulissen e.a. de
Muur oprijden. Het avondmaal nemen we in 'Het Hemelrijk', de herberg
boven op de Muur. Daar hebben ze ook heerlijk gekoelde Leffe
Daarna begint de miserie van de dag: we moeten onze bagage een heel
eind slepen naar de bus die ons naar het hotel in Charleroi zal brengen.
Niet alle fietsen blijken op de vrachtwagen te kunnen, we moeten de
wielen
eruit halen en die bij ons op de bus nemen. De chauffeur blijkt de
weg niet te kennen, waardoor we twee en een half uur in een ongemakkelijke
houding zitten te zweten op die bus. Het is 23.30 u als we in het
hotel aankomen, en tegen dat iedereen de sleutel van z'n kamer heeft,
is het al middernacht voorbij
|
| |
Dag 4: Charleroi-Rochefort,
109 km |
|
 Op
de parking voor het hotel is het druk : vandaag komen de bikers die
de Ardense vierdaagse rijden ons vervoegen. Een makker van de fietsclub
uit Koksijde komt erbij, en ik zie ook heel wat bekende gezichten
van de LCMT 2000 terug. Het is een prettig weerzien.
Eerst gaat een aantal kilometers over de weg: rustig inrijden. De
groep blijft samen, en er is zowaar gelegenheid om een praatje te
slaan met grootheden als Filip Meirhaeghe, Roel Paulissen en Bjorn
Rondelez. Bij de bevoorrading, waar het wedstrijdgedeelte begint,
zijn die zelfs heel bereidwillig om samen op de foto
te staan. Eigenlijk moeten wij recreanten daar ruim vóór
de renners vertrekken, maar door een misverstand met een fietsmakker
kan ik samen met nog iemand pas nà de wedstrijdrenners,
als allerlaatste starten. Dat heeft als voordeel dat we op de talrijke
technische stukken ruim plaats hebben, maar als nadeel dat we flink
moeten uitkijken om niet verkeerd te rijden (de bepijling is beter
dan vorig jaar, maar nog niet 100%). Alras halen we trouwens een groep
in, die druk op zoek is naar de volgende pijl. Als we op de bevoorrading
in Dinant
aankomen hebben we de grote groep weer bijgehaald, maar door technische
problemen met de fiets van mijn maat vertrekken we weer met de laatsten.
Bij het kasteel van Walzin waden we door de Lesse,
mijn benen zijn maar net lang genoeg om mijn toch al geteisterde kruis
 droog
te houden. De laatste kilometers zijn nog heel zwaar en naar het einde
toe staan verschillende bikers geparkeerd met krampen. Het is vandaag
broeierig heet en dat maakt het nog zwaarder. Bij aankomst aan de
piste in Rochefort is de dokter bezig om een biker die uitgeput op
de grond ligt weer bij z'n positieven te brengen. Naar de mening van
velen was de rit van vandaag wat teveel van het goede, en er wordt
herinnerd aan de memorabele rit naar Malonne van de LCMT 2000.
De transfer met de bus gaat vlotter dan gisteren en 'Fosse d'Outh'
in Houffalize is het neusje van de zalm als hotel voor bikers. |
| |
Dag 5: Houffalize-Houffalize,
81 km |
|
Na de zware rit van gisteren haken een zestal bikers
af om een dag te recupereren. Zelf had ik 's nachts last gehad van
buikpijn en zware diarree (warmte + veel gesuikerde dranken de vorige
dag), maar 's morgens voel ik mij toch weer redelijk goed. De benen
zijn wel wat dunnetjes, dus ik neem me voor om het vandaag extra rustig
te houden. De warmte, gecombineerd met de lange afstand van de vorige
dag heeft bij vele bikers voor problemen met het zitvlak gezorgd,
of heeft die problemen nog verergerd. Ook ik heb er flink last van.
Desondanks krijgen we vandaag het zwaarste, maar tevens het mooiste
parcours van de week voorgeschoteld. Vooral het middenste stuk, vóór
en na La Roche zorgt voor opeenvolgende lange zware beklimmingen en
zeer technische afdalingen (voor wie de muur kent waarmee de Transardennaise
begint: die reden wij naar beneden). Na de bevoorrading in La Roche
volgt meteen weer een kilometers lange beklimming.
Na
de middag begint het te regenen, en geen klein beetje: het stroomt
naar beneden. Gelukkig heb ik mijn regenvestje bij. Als ik aan de
laatste bevoorrading kom is daar geen enkele biker te zien: de meesten
houden het door de regen en het zware parcours voor bekeken en fietsen
vanaf daar over de weg terug naar Houffalize. Maar samen met een Nederlander
rijd ik verder over het parcours, terwijl de regen neerstroomt. Dat
maakt het hier en daar wel wat gevaarlijk glibberig, doch we doen
het rustig aan. De rit uitrijden is het enige wat telt. Op het einde
komen we nog op het parcours van de wedstrijdrijders, en ik maak van
de gelegenheid gebruik om nog wat video en foto's
te nemen van de elite renners. Deze rit was al bij al weeral erg zwaar.
Het begint op een uitputtingsslag te lijken
|
| |
Dag 6: Houffalize-Spa,
77 km |
|
De voorziene afstand is wat ingekort, door verbod van
een boswachter om door één of ander bos te rijden, maar
niemand vindt dat erg. Meteen na de start zit ik al in de problemen:
ik probeer mijn achterrem (V-brake), maar die komt niet meer los en
de blokjes blijven slepen. De kabel zit vast. Na wat heen en weer
trekken en wat teflon spray komt er wat schot in, maar toch blijft
één kant wat slepen, dan maar de hendels wat afstellen.
Even verder fietsen we door met gras begroeide brandgangen in het
bos. Na de regen van de vorige dag liggen die sponsachtig zacht en
we sleuren ons het pleuris om erdoor te komen. Wat ik vreesde blijkt
op de eerste bevoorrading: één remblokje sleept weer.
De kabel is losgekomen, en daardoor is de afstelling weer verkeerd:
nog maar eens bijregelen. Vandaag krijgen de chronorijders een klimtijdrit
voorgeschoteld: een zware klim van ca 2,5 km. Ik ben blij dat ik die
om m'n eigen tempo kan oprijden
De opgestapelde vermoeidheid van de voorbije week begint zich nu wel
te manisfesteren. Ik zat de vorige dag om 22.00 u in bed maar de wallen
onder m'n ogen spreken boekdelen. Ook m'n zitvlak is terdege verwoest,
en ik voel mij een fakir op een nagelbed. Gelukkig is het prachtig
fietsweer en het parcours erg mooi: het ene prachtige vergezicht volgt
na het andere. Bij de laatste bevoorrading word ik plots aangesproken:
rood lintje Patrick Indestege heeft mijn rood lint opgemerkt, en komt
kennis maken. Toch altijd leuk om weer iemand van 'de
lijst' te ontmoeten. |
| |
Dag 7: Spa-Malmedy,
78 km |
|
|
De chronorijders krijgen hun ding meteen bij de start: een aaneenschakeling
van enkele zware klimmen en technische afdalingen over een behoorlijk
aantal kilometes. Wij recreanten doen dat - voor zover mogelijk
- rustig aan, maar voor hen is het afzien. Het is de laatste dag,
en sommige plaatsen in de rangschikking liggen slechts seconden
uiteen. Daardoor worden in de afdalingen risico's genomen, en dat
resulteert natuurlijk in enkele valpartijen, gelukkig zonder veel
erg. Maar toch: nadien wordt erover gepraat of het wel verantwoord
is om dergelijke gevaarlijke afdalingen in een chronorit te steken.
Is dat niet om problemen vràgen? De jus is nu echt wel uit
m'n benen, en op de lange, veelal kaarsrechte stukken vals plat
(met bovendien wind op kop) in het natuurpark van de Hoge Venen,
ben ik blij dat een makker mij uit de wind zet, zodat ik maar zijn
wiel hoef te houden. Op de laatse bevoorrading worden we tot spoed
aangemaand om nog met de groep in Malmedy te kunnen aankomen. Langs
de Warche gaat het nu bijna constant kronkelend bergaf, en met z'n
drieën rijden we bijna voortdurend boven de 30 km/u, maar toch
halen we het net niet. De groep zit al op de markt in Malmedy
als we aankomen. Toch maken we nog het grootste gedeelte van de
aankomst ceremonie en de huldigingen mee. Na de douche is het handjes
schudden en afscheid nemen van zovele ondertussen gemaakte vrienden,
vooraleer we de bus opstappen die ons terug naar Ieper brengt, waar
het zeven dagen geleden begon. Dat de meesten tijdens die rit een
flink dutje gedaan hebben hoef ik er niet bij te vertellen
Ik ben blij dat ik het zeven dagen heb volgehouden. Ik heb goede
momenten gehad (de RVV etappe, overeind blijven in technische stukken),
maar ook slechte (man met de hamer, zitvlak) Genieten van de goede,
volhouden bij de slechte is de boodschap. Over het algemeen blijkt
deze editie zwaarder te zijn dan de vorige. Het was vooraf al mijn
bedoeling en zo blijft het wellicht: ik wou de LCMT één
keer volledig uitrijden. De volgende keren hou ik het wellicht ook
bij het Ardense stuk. Voor een gewone toerrijder als ik is zeven
dagen al een hele fysieke opgave, en net iets teveel van het goede
|
|