| |
Dag 1:
Sart-Tilman - Houffalize (92km) |
Dit al de 5de editie, voor mezelf de 4de.
’s Morgens om 03.00u uit bed (enkele gezinsleden verklaren mij
compleet mesjogge), om 04.00 m’n bikemaat ophalen (ook die wordt
door z’n vrouw mesjogge verklaard), en even na 07.00 u staan we
al in Sart-Tilman. Het is daar nog even zoeken want er hangen
nergens bepijlingen om de wegbeschrijving te ondersteunen. Fiets
en bagage uitladen en snel weer de auto in om de stoet te volgen
die naar de piste in Rochefort rijdt. Daar worden de auto’s achtergelaten,
en op de bus terug naar Luik kan ik rustig nog wat eten
en drinken. Het wordt nog een lange dag…
Er heerst reeds
een gezellige drukte in Sart-Tilman (ondertussen hangen er wél
pijltjes langs de weg): iedereen is druk bezig met bagage uitladen,
de fiets op te tuigen, de rugzak nog even controleren, kennissen
en vrienden van vorige LCMT’s ontmoeten, of languit in het
gras wachten op de dingen die komen.
Om 11.00u is
het eindelijk zover: de meute trekt zich op gang, of beter laat
zich eens goed gaan, want we beginnen met een 4 kilometer lange
afdaling op het asfalt naar Tilf. Het is mooi weer, we voelen
onze benen (nog) niet, en ’t is bergaf: genoeg redenen voor
iedereen om in opperbeste stemming te zijn.
Maar dat blijft
niet duren want al gauw worden we geconfronteerd met de realiteit
van de Belgische Ardenennen: keiharde MTB sport. De vrolijke zon
van daarnet brandt nu genadeloos op ons gezicht en rug, en het
zweet begint te stromen. Het peloton rekt steeds verder uit.
En als we met ons groepje een eerste lekke band moeten vervangen
raken we helemaal achteraan verzeild. Maar
dat geeft niet: we genieten met volle teugen. Voorbij
de 1ste bevoorrading aan de Amblève gaat het gedurende
10 km bijna voortdurend omhoog. Het parcours wordt echt wel zwaar:
4 à 5 muren slopen in recordtempo onze krachten, en weldra laat
de vermoeidheid zich bij vele bikers gelden. In een technische
afdaling ga ik onderuit, en alhoewel ik mij buiten een geschaafde
elleboog en een blauwe plek op m’n dij niet echt bezeerd
heb, gaat het plots toch minder. Zo’n val draait in het
hoofd blijkbaar ergens een ‘knopje’ om. En even later
krijg ik zonder aanleiding plots in allebei m’n kuiten kramp.
Huh? Dat is me nog nooit gebeurd. Een gevolg van de val? Ik weet
het niet, het is in elk geval enkele kilometers doorbijten. Na
de 2de bevoorrading in Fosse is het parcours wat minder zwaar
en kan ik al rijdend recupereren. Blijkbaar ben ik de enige niet
die last heeft van krampen: regelmatig zie ik bikers met een vertrokken
gezicht naast de fiets staan. Een biker uit ons groepje ligt even
later kermend op de grond: zowat z’n hele been in kramp.
De warmte, het zware parcours, en de aanpassing aan de zware inspanning
eisen duidelijk hun tol: veel bikers houden het na de laatste
bevoorrading voor bekeken en rijden langs de weg naar Houffalize.
Ik houd koppig vol, en maar het is al dicht bij 19.00 als ik bij
Ol Fosse d’Outh arriveer. Ik heb flink afgezien, maar een
St. Bernardus triple brengt me redelijk weer bij m’n positieven.
En gelukkig kennen ze in dit hotel ook al hun pappenheimers, want
aan tafel kunnen we rijkelijk de uitgeputte reserves weer aanvullen.
Een paar Leffes kunnen er nog wel bij, maar wijselijk kruipen
we toch maar op een redelijk uur in bed. Het is een lange dag
geweest…
| |
Dag 2:
Houffalize - Durbuy - Houffalize (105 km) |
Na de vermoeiende
eerste dag voelen de benen niet goed aan, maar dat betert snel
na wat rondstappen. De afstand van vandaag indachtig zijnde, nemen
we een copieus ontbijt. De tank moet goed gevuld zijn. Na de onvermijdelijk
klim uit Houffa passeren we Achouffe, maar er is geen tijd om
te genieten van het gelijknamige biertje.
Tot in Laroche fietsen we betrekkelijk rustig. Maar
even na de bevoorrading, in het centrum van Laroche worden ik
goed wakker geschud: met een luide plof valt mijn fiets abrubt
stil. Klapband? Welnee: bij het zien van het euvel schiet het
ganse groepje waar ik mee fiets in een gierende lachbui. Door
een nog niet ontdekte scheur in de Wildgripper buitenband is de
binnenband er pardoes uitgesprongen. Gelukkig zijn we nog erg
dicht bij de bevoorrading, en met een nieuwe buitenband is het
vlug gepiept. Daarna wordt het weer lastig: wie uit Laroche weg
wil moet klimmen. Vanaf 70 km krijgen we een zware klim over losse
stenen te verwerken, maar daar blijft het niet bij,
want het blijft maar stijgen. Aan 90 km blijkt hoe dat komt: we
zitten dan op de Baraque Fraiture. Hoger kan niet meer…De
jus is dan echt wel uit mijn benen, en opnieuw kiezen heel wat
bikers ervoor om na de laatste bevoorrading langs de weg terug
te keren. Maar ik wil alles tot de laatste meter fietsen, en ga
door. Gelukkig blijven m’n fietsmaten mij telkens weer opwachten,
want elke helling is nu hard labeur. Het is dan ook met een flinke
zucht van verlichting dat ik eindelijk terug aan het hotel kom,
waar een frisse St. Bernardus wat soelaas moet brengen. Ik ben
diep gegaan vandaag om de meet te bereiken…’s Avonds
breekt een onweer los over Houffa, maar dan zitten we al gezellig
binnen met een frisse Leffe in de hand.
| |
Dag 3:
Houffalize - Groothertogdom Luxemburg - Houffalize (107 km) |
’s Morgens voelen
de benen duidelijk vermoeid aan. Oei, en vandaag staan er zowaar
nog méér kilometers dan gisteren op het programma. Ik start dan
ook erg rustig, met maar één doel: volhouden tot het einde. Op
de eerste beklimmingen schakel ik wat eerder dan gewoonlijk naar
‘de kleine’, om zoveel mogelijk krachten te sparen. Na 37
km houden twee van onze bike maten het voor bekeken,
langs de weg keren ze terug. Wat vereenzaamd (de andere
twee zijn al een eind vooruit) zet ik mijn weg voort
maar al gauw bevind ik mij in gezelschap van andere LCMTers, er
heerst hier immers een heel gemoedelijke sfeer. Er zit vandaag
slechts één niet te fietsen muur in het parcours en het is dan
nog een korte. Verder zijn de beklimmingen goed te doen. De eerste
bevoorrading bevindt zich op de grens tussen België en Groothertogdom
Luxemburg. Benieuwd wat dit uitstapje in het ‘buitenland’
zal geven. En wat wat we krijgen overtreft onze verwachtingen.
Vanaf Bavigne komen we op de Mountain Bike Tour Luxemburg die
ons via prachtige paden langs adembenemende vergezichten over
het meer van de Hoge Sure brengt. Op die plaatsen neem ik zelfs
de tijd om even te genieten van het uitzicht. Om van vergezichten
te genieten moet je natuurlijk wel eerst behoorlijk wat klimwerk
verrichten. Op sommige plaatsen waan ik me hier in de Alpen. Ik
had eigenlijk gevreesd om aan de laatste bevoorrading te moeten
overschakelen naar de weg, maar de mensen daar leggen me uit dat
het laatste stuk van iets meer dan 20km echt niet lastig meer
is. En dat blijkt ook zo te zijn: met z’n tweeën fietsen
we ontspannen en genietend over de verharde paden naar Houffa.
Ongemerkt tikt de teller over de 100km, en als we aankomen voel
ik mij eigenlijk bijlange niet zo moe als de dag voordien. De
triple smaakt heerlijk…
| |
Dag 4:
Houffalize - Rochefort (89 km) |
Vandaag gaat de bagage de vrachtwagen op. Dit was onze
laatste nacht in Ol Fosse d’Outh. M’n zitvlak herrinnert
me er pijnlijk aan dat dit de 4de dag is. En dat het
‘maar’ 89 km is, is een schrale troost, want van vorige jaren
weet ik wat er komt, en dat is niet mals. Doseren is dus opnieuw
de boodschap.
Alhoewel: doseren op de zware helling kort na de start
is niet echt mogelijk als je wil blijven fietsen.
Al gauw komen
we op een voor mij ondertussen bekend parcours: de Transardennaise.
En dit is trouwens het mooiste, maar tevens het zwaarste stuk
ervan. Bij het smalle paadje rechts het bos in komen we wat volgens
mij één van de mooiste klims van onze Ardennen is: wie technisch
uit te voeten kan, kan deze klim nog net fietsend afleggen, tussen
en over stenen en wortels. Bovenaan is het echter niet gedaan,
want hier zijn houthakkers al enkel jaren flink aan het werk en
een erg ruw pad laat zich slechts met veel moeite fietsen. Als
ik het centrum van St. Hubert doorrijd ben ik voorbereid op wat
komen gaat. De asfaltmuur op waar de chronorijders de tanden op
stukbijten rijd ik rustig op. Er volgen nog enkele kilometers
traag maar lastig klimwerk op vettige bospaden die niet goed ‘bollen’.Terwijl
de hartslagmeter tekeer gaat komen we aan de brandgang die via
een zware klim naar de aankomst van de chrono leidt. Op regendagen
valt hier nauwelijks te fietsen, nu is het doenbaar, maar het
blijft een zware klus. Wie boven over
de witte streep rijdt is dan ook gelukkig om te kunnen
uitpuffen op de bevoorrading daar.
Veel bikers bijven
hier wat langer dan gewoonlijk talmen, de rust is meer dan welkom.
Maar uiteindelijk vatten we toch het laatste stuk aan. De vermoeide
spieren en het pijnlijke zitvlak worden nog zwaar op de proef
gesteld tijdens de lange asfaltbeklimming na de Fournaux St. Michel,
maar langzaam naderen we Rochefort. Eén van onze bikemakkers moet
aan de laatste bevoorrading jammer genoeg verstek laten gaan met
een gebroken achternaaf. Met z’n vieren komen we op de piste
aan. Terwijl de andere drie er nog de onvermijdelijke sprint trekken,
bol ik genietend uit. Ik blijf een recreatierijder in hart en
nieren.
Toch kijk ik
met belangstelling naar de afvallingskoers die de beste tien chronorijders
op de piste nog moeten afleggen, en met verbazing zie ik de prestatie
van de jonge LCMT winnaar. Chapeau.
De organisatie was dit jaar dik in orde, zeker wat de
bepijling, het hotel en de bevoorradingen betreft. Er was blijkbaar
nogal wat gemopper onder de chronorijders over de chrono’s,
maar aangezien ik geen chrono rijd, heb ik daar volstrekt geen
last van gehad.
Het is bekend:
de LCMT is zwaar. In Vlaanderenland een toertochtje van 40 à 45
km kunnen ‘vlammen’ is geenszins voldoende noch een
referentie als voorbereiding. Dat heeft menige biker die dacht
van wel al pijnlijk ondervonden.
Hiervoor moet je over een serieus uithoudingsvermogen
én karakter beschikken. Alhoewel ik langeafstandritten gewoon
ben vind ik persoonlijk de LCMT ritten té zwaar. Ritten zoals
bijvoorbeeld de 2de dag zijn op zich al erg zwaar als
ééndagsrit, en passen daarom niet in een 4daagse rittenkoers.
De overdreven moeilijkheidsgraad van de LCMT is een klacht van
heel wat bikers, en de organisatoren trachten daaraan tegemoet
te komen door shortcuts te voorzien, maar het is nooit leuk om
te moeten ‘toegeven’ en daarvan gebruik te maken.
Met pakweg 80 km per dag, en één rit van 90 km, of er net boven
zouden veel deelnemers zich beslist veel gelukkiger voelen. Wie
erg diep moet gaan en afzien om het einde te halen geniet niet
meer, en daar is het ons uiteindelijk toch om te doen: genieten
van onze MTB sport. Als de volgende LCMT weer zo zwaar is, zal
ik dan ook wellicht niet meer deelnemen, want ik ben dit jaar
op sommige momenten té diep moeten gaan om het nog leuk te vinden.
Guido
Vandroemme
Van links naar rechts:
Chris aka “Ludo”,
Martin, Danny, Yves, en Guido.