MTBBelg >>> MTBRoutes.be MTB Reisverhalen Rode Lintjes
MTB Reisverhalen
 MTB Reisverhalen - LCMT 2003 verslag door Guido Vandroemme
Algemeen  
LCMT 2003  
België  
Engeland  
Frankrijk  
Duitsland  
Oostenrijk  
Italië  
Transalp  
 
Disclaimer  
Al de verslagen die op deze website staan, zijn eigendom van hun respectievelijke schrijvers. Dus niets mag gekopieerd worden zonder hun toestemming.


 

   Dag 1: Sart-Tilman - Houffalize (92km)

Dit al de 5de editie, voor mezelf de 4de.  ’s Morgens om 03.00u uit bed (enkele gezinsleden verklaren mij compleet mesjogge), om 04.00 m’n bikemaat ophalen (ook die wordt door z’n vrouw mesjogge verklaard), en even na 07.00 u staan we al in Sart-Tilman. Het is daar nog even zoeken want er hangen nergens bepijlingen om de wegbeschrijving te ondersteunen. Fiets en bagage uitladen en snel weer de auto in om de stoet te volgen die naar de piste in Rochefort rijdt. Daar worden de auto’s achtergelaten, en op de bus terug naar Luik kan ik rustig nog wat eten en drinken. Het wordt nog een lange dag…

Er heerst reeds een gezellige drukte in Sart-Tilman (ondertussen hangen er wél pijltjes langs de weg): iedereen is druk bezig met bagage uitladen, de fiets op te tuigen, de rugzak nog even controleren, kennissen en vrienden van vorige LCMT’s ontmoeten, of languit in het gras wachten op de dingen die komen.

Om 11.00u is het eindelijk zover: de meute trekt zich op gang, of beter laat zich eens goed gaan, want we beginnen met een 4 kilometer lange afdaling op het asfalt naar Tilf.  Het is mooi weer, we voelen onze benen (nog) niet, en ’t is bergaf: genoeg redenen voor iedereen om in opperbeste stemming te zijn.

Maar dat blijft niet duren want al gauw worden we geconfronteerd met de realiteit van de Belgische Ardenennen: keiharde MTB sport. De vrolijke zon van daarnet brandt nu genadeloos op ons gezicht en rug, en het zweet begint te stromen.  Het peloton rekt steeds verder uit. En als we met ons groepje een eerste lekke band moeten vervangen raken we helemaal achteraan verzeild. Maar dat geeft niet: we genieten met volle teugen. Voorbij de 1ste bevoorrading aan de Amblève gaat het gedurende 10 km bijna voortdurend omhoog. Het parcours wordt echt wel zwaar: 4 à  5 muren slopen in recordtempo onze krachten, en weldra laat de vermoeidheid zich bij vele bikers gelden. In een technische afdaling ga ik onderuit, en alhoewel ik mij buiten een geschaafde elleboog en een blauwe plek op m’n dij niet echt bezeerd heb, gaat het plots toch minder. Zo’n val draait in het hoofd blijkbaar ergens een ‘knopje’ om. En even later krijg ik zonder aanleiding plots in allebei m’n kuiten kramp. Huh? Dat is me nog nooit gebeurd. Een gevolg van de val? Ik weet het niet, het is in elk geval enkele kilometers doorbijten. Na de 2de bevoorrading in Fosse is het parcours wat minder zwaar en kan ik al rijdend recupereren.  Blijkbaar ben ik de enige niet die last heeft van krampen: regelmatig zie ik bikers met een vertrokken gezicht naast de fiets staan. Een biker uit ons groepje ligt even later kermend op de grond: zowat z’n hele been in kramp. De warmte, het zware parcours, en de aanpassing aan de zware inspanning eisen duidelijk hun tol: veel bikers houden het na de laatste bevoorrading voor bekeken en rijden langs de weg naar Houffalize. Ik houd koppig vol, en maar het is al dicht bij 19.00 als ik bij Ol Fosse d’Outh arriveer. Ik heb flink afgezien, maar een St. Bernardus triple brengt me redelijk weer bij m’n positieven. En gelukkig kennen ze in dit hotel ook al hun pappenheimers, want aan tafel kunnen we rijkelijk de uitgeputte reserves weer aanvullen. Een paar Leffes kunnen er nog wel bij, maar wijselijk kruipen we toch maar op een redelijk uur in bed. Het is een lange dag geweest…

 

   Dag 2: Houffalize - Durbuy - Houffalize (105 km)

 

Na de vermoeiende eerste dag voelen de benen niet goed aan, maar dat betert snel na wat rondstappen. De afstand van vandaag indachtig zijnde, nemen we een copieus ontbijt. De tank moet goed gevuld zijn. Na de onvermijdelijk klim uit Houffa passeren we Achouffe, maar er is geen tijd om te genieten van het gelijknamige biertje.

Tot in Laroche fietsen we betrekkelijk rustig. Maar even na de bevoorrading, in het centrum van Laroche worden ik goed wakker geschud: met een luide plof valt mijn fiets abrubt stil. Klapband? Welnee: bij het zien van het euvel schiet het ganse groepje waar ik mee fiets in een gierende lachbui. Door een nog niet ontdekte scheur in de Wildgripper buitenband is de binnenband er pardoes uitgesprongen. Gelukkig zijn we nog erg dicht bij de bevoorrading, en met een nieuwe buitenband is het vlug gepiept. Daarna wordt het weer lastig: wie uit Laroche weg wil moet klimmen. Vanaf 70 km krijgen we een zware klim over losse stenen te verwerken, maar daar blijft het niet bij, want het blijft maar stijgen. Aan 90 km blijkt hoe dat komt: we zitten dan op de Baraque Fraiture. Hoger kan niet meer…De jus is dan echt wel uit mijn benen, en opnieuw kiezen heel wat bikers ervoor om na de laatste bevoorrading langs de weg terug te keren. Maar ik wil alles tot de laatste meter fietsen, en ga door. Gelukkig blijven m’n fietsmaten mij telkens weer opwachten, want elke helling is nu hard labeur. Het is dan ook met een flinke zucht van verlichting dat ik eindelijk terug aan het hotel kom, waar een frisse St. Bernardus wat soelaas moet brengen. Ik ben diep gegaan vandaag om de meet te bereiken…’s Avonds breekt een onweer los over Houffa, maar dan zitten we al gezellig binnen met een frisse Leffe in de hand.  

 

   Dag 3: Houffalize - Groothertogdom Luxemburg - Houffalize (107 km)

 

’s Morgens voelen de benen duidelijk vermoeid aan. Oei, en vandaag staan er zowaar nog méér kilometers dan gisteren op het programma. Ik start dan ook erg rustig, met maar één doel: volhouden tot het einde. Op de eerste beklimmingen schakel ik wat eerder dan gewoonlijk naar ‘de kleine’, om zoveel mogelijk krachten te sparen. Na 37 km houden twee van onze bike maten het voor bekeken, langs de weg keren ze terug. Wat vereenzaamd (de andere twee zijn al een eind vooruit) zet ik mijn weg voort maar al gauw bevind ik mij in gezelschap van andere LCMTers, er heerst hier immers een heel gemoedelijke sfeer. Er zit vandaag slechts één niet te fietsen muur in het parcours en het is dan nog een korte. Verder zijn de beklimmingen goed te doen.  De eerste bevoorrading bevindt zich op de grens tussen België en Groothertogdom Luxemburg. Benieuwd wat dit uitstapje in het ‘buitenland’ zal geven. En wat wat we krijgen overtreft onze verwachtingen. Vanaf Bavigne komen we op de Mountain Bike Tour Luxemburg die ons via prachtige paden langs adembenemende vergezichten over het meer van de Hoge Sure brengt. Op die plaatsen neem ik zelfs de tijd om even te genieten van het uitzicht. Om van vergezichten te genieten moet je natuurlijk wel eerst behoorlijk wat klimwerk verrichten. Op sommige plaatsen waan ik me hier in de Alpen. Ik had eigenlijk gevreesd om aan de laatste bevoorrading te moeten overschakelen naar de weg, maar de mensen daar leggen me uit dat het laatste stuk van iets meer dan 20km echt niet lastig meer is. En dat blijkt ook zo te zijn: met z’n tweeën fietsen we ontspannen en genietend over de verharde paden naar Houffa. Ongemerkt tikt de teller over de 100km, en als we aankomen voel ik mij eigenlijk bijlange niet zo moe als de dag voordien. De triple smaakt heerlijk…

 

   Dag 4: Houffalize - Rochefort (89 km)

 

Vandaag gaat de bagage de vrachtwagen op. Dit was onze laatste nacht in Ol Fosse d’Outh. M’n zitvlak herrinnert me er pijnlijk aan dat dit de 4de dag is. En dat het ‘maar’ 89 km is, is een schrale troost, want van vorige jaren weet ik wat er komt, en dat is niet mals. Doseren is dus opnieuw de boodschap. Alhoewel: doseren op de zware helling kort na de start is niet echt mogelijk als je wil blijven fietsen.

Al gauw komen we op een voor mij ondertussen bekend parcours: de Transardennaise. En dit is trouwens het mooiste, maar tevens het zwaarste stuk ervan. Bij het smalle paadje rechts het bos in komen we wat volgens mij één van de mooiste klims van onze Ardennen is: wie technisch uit te voeten kan, kan deze klim nog net fietsend afleggen, tussen en over stenen en wortels. Bovenaan is het echter niet gedaan, want hier zijn houthakkers al enkel jaren flink aan het werk en een erg ruw pad laat zich slechts met veel moeite fietsen. Als ik het centrum van St. Hubert doorrijd ben ik voorbereid op wat komen gaat. De asfaltmuur op waar de chronorijders de tanden op stukbijten rijd ik rustig op. Er volgen nog enkele kilometers traag maar lastig klimwerk op vettige bospaden die niet goed ‘bollen’.Terwijl de hartslagmeter tekeer gaat komen we aan de brandgang die via een zware klim naar de aankomst van de chrono leidt. Op regendagen valt hier nauwelijks te fietsen, nu is het doenbaar, maar het blijft een zware klus. Wie boven over de witte streep rijdt is dan ook gelukkig om te kunnen uitpuffen op de bevoorrading daar.

Veel bikers bijven hier wat langer dan gewoonlijk talmen, de rust is meer dan welkom. Maar uiteindelijk vatten we toch het laatste stuk aan. De vermoeide spieren en het pijnlijke zitvlak worden nog zwaar op de proef gesteld tijdens de lange asfaltbeklimming na de Fournaux St. Michel, maar langzaam naderen we Rochefort. Eén van onze bikemakkers moet aan de laatste bevoorrading jammer genoeg verstek laten gaan met een gebroken achternaaf. Met z’n vieren komen we op de piste aan. Terwijl de andere drie er nog de onvermijdelijke sprint trekken, bol ik genietend uit. Ik blijf een recreatierijder in hart en nieren.

Toch kijk ik met belangstelling naar de afvallingskoers die de beste tien chronorijders op de piste nog moeten afleggen, en met verbazing zie ik de prestatie van de jonge LCMT winnaar. Chapeau.

 

   Besluit

 

De organisatie was dit jaar dik in orde, zeker wat de bepijling, het hotel en de bevoorradingen betreft. Er was blijkbaar nogal wat gemopper onder de chronorijders over de chrono’s, maar aangezien ik geen chrono rijd, heb ik daar volstrekt geen last van gehad.

Het is bekend: de LCMT is zwaar. In Vlaanderenland een toertochtje van 40 à 45 km kunnen ‘vlammen’ is geenszins voldoende noch een referentie als voorbereiding. Dat heeft menige biker die dacht van wel al pijnlijk ondervonden.

Hiervoor moet je over een serieus uithoudingsvermogen én karakter beschikken. Alhoewel ik langeafstandritten gewoon ben vind ik persoonlijk de LCMT ritten té zwaar. Ritten zoals bijvoorbeeld de 2de dag zijn op zich al erg zwaar als ééndagsrit, en passen daarom niet in een 4daagse rittenkoers. De overdreven moeilijkheidsgraad van de LCMT is een klacht van heel wat bikers, en de organisatoren trachten daaraan tegemoet te komen door shortcuts te voorzien, maar het is nooit leuk om te moeten ‘toegeven’ en daarvan gebruik te maken.  Met pakweg 80 km per dag, en één rit van 90 km, of er net boven zouden veel deelnemers zich beslist veel gelukkiger voelen. Wie erg diep moet gaan en afzien om het einde te halen geniet niet meer, en daar is het ons uiteindelijk toch om te doen: genieten van onze MTB sport. Als de volgende LCMT weer zo zwaar is, zal ik dan ook wellicht niet meer deelnemen, want ik ben dit jaar op sommige momenten té diep moeten gaan om het nog leuk te vinden.

 

Guido Vandroemme

 

 Van links naar rechts:

Chris aka “Ludo”, Martin, Danny, Yves, en Guido.