|
|
17 november 2001, tijdens de rit naar Theux door de kille klamme
ochtend, omfloerst door nevel en mist, zinkt de moed me even in
de schoenen. Hoe zal het op het Signal de Botrange zijn, op het
hoogste punt van Belgie? Met zijn 694 meter in de grotere schaal
der dingen slechts een schamele hoogte, maar in Belgie kan je niet
hoger, tenzij je de Tour Hauptmann opklautert en zo de 700 meter
grens bereikt. Van onze verkenning op 1 november weet ik dat het
temperatuurverschil tussen Theux, gelegen op 168 meter hoogte, en
het topje daar in de Venen gemakkelijk 4 tot 5 graden bedraagt,
meer als er wind staat. Ik ben benieuwd wat het op deze koude morgen
(6 graden in Leuven) zal worden.
We zijn vrij vroeg ter plaatse en zien de andere deelnemers 1 voor
1 arriveren. Slik, het zijn er veel ! Gelukkig dat er aan het station
van Theux een ruime parkeergelegenheid voorzien is, die wij praktisch
volledig opsouperen. Met zo'n kleine 30 man zullen we van start
gaan. De meeste zijn Rode Lintjes, maar hier en daar zit er nog
een vriend of kennis van een Rood Lintje tussen. Zij zijn natuurlijk
ook hartelijk welkom.
Ik had na de verkenning gewaarschuwd dat waterdichte sokken hier
zeer handig zouden kunnen zijn, en stel tevreden vast dat enkele
deelnemers die raad opgevolgd heeft. Als Luc 'MacGyver' Vanrutten
zijn Wreed Machien gemonteerd heeft, onderwijl nog snel een derailleur
bijregelend van een andere deelnemer, zijn we klaar voor de groepsfoto.
Werner Van Eylen neemt hiervoor de honneurs waar, en enkele minuten
later zijn we er klaar voor. Iedereen nog even waarschuwen dat het
koud zal zijn, en dat we voorzichtig moeten zijn, maar dat is voor
zo'n groep ervaren bikers eigenlijk niet nodig.
De bewoners van Theux kijken wat raar op als ze op die zaterdagmorgen
rond 10u30 de grote groep bikers langs hun straten zien paraderen.
Het is frisjes maar al gauw klimmen we het Bois de Staneu in, en
als bij wonder wordt de temperatuur al snel meer dan dragelijk.
De steile stukken van 10 percent hebben daar natuurlijk alles mee
te maken. Tijdens de eerste 4 kilometer overwinnen we al gauw een
kleine 200 hoogtemeters. Het is moeilijk de groep bij elkaar te
houden, maar de snelle jongens stoppen vanzelf als ze op een kruispunt
aangekomen de weg verder niet weten. Zo is het wel leuk om gids
te zijn natuurlijk. Jan Beyens en mezelf zullen elk een deel van
de rit gidsen. Ik tijdens de klim, en Jan tijdens de afdaling, omdat
we dat gedeelte van het parkoers het beste kennen. Er wordt opgelet
dat iedereen meekan, en de snelle mannen moeten regelmatig wat afkoelen
terwijl de tragere deelnemers hen vervoegen. Na een dikke 12 kilometer
op asfalt duiken we aan 'Le Petit Normand' eindelijk de bossen in,
die uitgeven op de Hoge Venen. De weg is nog steeds goed berijdbaar,
stijgt echter weer ontiegelijk steil en rechts van ons zien en horen
we de Hoëgne in de diepte. We zullen haar nog dikwijls tegenkomen
vandaag !
We klimmen lustig door en eindelijk wordt de weg onverhard, eerst
via een grindpad, later via een soppige singletrail. Een flard sneeuw
links en rechts in het struikgewas, en de staat van het zompige
wegdek leren ons dat we hier echt optimaal profiteren van een korte
sneeuwvrije periode in deze aanloop naar de winter. Een kleine week
geleden was hier nog een sneeuwtapijt van 12 cm te bewonderen. Via
een keienbezaaid weggetje (de Vecqueé die helemaal doorloopt
tot aan de Baraque Fraiture) dalen we na een bocht naar rechts en
over een brede brandgang terug af naar de Hoëgne. Tijdens de
afdaling valt het direct op dat het hier een stuk kouder is, we
zitten nu al op zo'n 500 meter hoogte. We steken de Hoëgne
over en stijgen via brede bospaden tot boven de 650 meter grens,
die ons ook direct aan de N68 Eupen-Malmedy brengt.
We steken deze over, er hangt hier wat koude mist en na zo'n 5
kilometer over brede paden door de Neur Lowé draaien we de
grote baan naar Robertville op, en zien het bordje 'Botrange' dat
spookachtig oplicht in de koplampen van een passerende wagen.
694 meter, inderdaad, op mijn Polar S710 staan er 730, op de GPS
van Bart Mertens een kleine 668. De waarheid ligt zoals steeds ergens
in het midden. We hebben reeds een hoogteverschil van 526 meter
overwonnen en hadden met al het stijgen en dalen een totaal van
705 positieve hoogtemeters op het konto staan. Het ergste was voorbij.
Of toch niet? Neen, het mooiste en leukste moest nog komen, de
afdaling.
Na een korte eet-, drink- en plaspauze draaien we onze rug naar
de Tour Hauptmann en vatten de afdaling aan. De eerste kilometers
lopen gelijk met het parkoers dat we in de klim namen, en het gaat
zeer snel naar beneden. Na een paar kilometer nemen we rechtsaf
een kleinere baan en komen zo later in een brede brandgang terecht
waar we de zompige venen onder onze noppenbanden voelen. Leuk en
nat, we kunnen ons weer wat opwarmen aan de inspanning. Het pad
stopt abrupt aan een klein riviertje. Aan de overkant is het klauteren
op een 2 tot 3 meter hoge berm,, waarachter een ander pad ligt.
Hier worden de eerste natte voeten gehaald, tenzij je zo slim bent
om via de rotsen die zich net onder het wateroppervlak bevinden
naar de overkant te wippen. Er werden door enkele deelnemers verwoedde
en best wel dappere pogingen ondernomen om erdoor te rijden, ze
strandden allemaal tegen de berm aan de overkant, terwijl enkelen
iets meer stroomopwaarts een beter doorwaadbare plaats gingen zoeken.
Niet voor het laatst maak ik voor mezelf de belofte hier in de
lente of zomer nog eens terug te komen, en ik denk niet dat ik de
enige was. De natuur is hier werkelijk prachtig, en zo ongeveer
alles wat mountainbiken zo uniek maakt, is in deze afdaling aanwezig.
Via stenige paden gaat het verder naar beneden en we komen zo terug
aan de bosrand . Na een technische passage over een zijriviertje
van de Hoëgne komen we aan de Hoëgne zelf terecht. Hier
is de natuur op zijn mooist, we volgen de rechterkant van de stroom
in een diep ravijn , hier en daar liggen grote rotsen kris kras
verspreid, wortels en keien maken het rijden hier tot een festijn
voor de bikers. Al gauw moeten we de benenwagen inschakelen want
het wordt echt onberijdbaar. Via houten bruggetjes volgen we het
G.R pad naast de rivier. Grote (en ik bedoel GROTE) rotsblokken
lijken als door een reuzehand verstrooid te zijn. We klauteren rechts
de wand op en komen boven bij een wegje aan. Na twee keer links
gevolgd te hebben dokkeren we langs een afdaling met vuistgrote
(en grotere) stenen tot aan het Belvédère, een klein
prieeltje op een uitzichtpunt over de ravijn. Hier stellen we vast
dat Peter Luxem een groot probleem heeft, of anders gezegd, zijn
fiets, want de naaf blijkt in vrijloop te staan, hij kan dus niet
meer trappen. Na wat voor en afwegen van de mogelijkheden besluit
Peter dapper om de tocht te vervolmaken. Het merendeel is bergaf
en waar het bergop of vlak gaat, zullen de anderen hem een duwtje
geven. Thats the spirit! Samen uit, samen thuis, toch mooi als je
zo een prachtige groep hebt, die zich willen opofferen om iedereen
behouden over de meet te trekken.
Een paar bikers hebben niet gemerkt dat we halverwege de kant opgeklauterd
zijn, en voegen zich gelukkig even later aan het prieeltje bij de
rest van de groep. Iedereen is het erover eens dat dit een prachtig
stukje natuur is, en we biken verder. Het daalt nu nog verder af,
weer over grote stenen en rotsen, en we krijgen de eerste, en enige,
lekke band van de dag te verwerken. Eric Desair krijgt een stootlek
op een grote steen, en na het monteren van een nieuwe binnenband
vervoegen we de anderen die even gewacht hebben aan het volgende
kruispunt.
We komen nu terug aan Le Petit Normand, en moeten weer regelmatig
van de fiets, ofwel om een houten brugje over te steken, ofwel doordat
we door de wortels en soms ook modder, met moeite overeind kunnen
blijven. Prachtige paadjes leidden ons zo verder langs de loop van
de Hoëgne. We komen op een grote asfaltweg uit. Hier volgt
nog een zeer moeilijk stuk omhoog, vooral voor diegenen die Peter
moeten voortduwen! Met drie man, die regelmatig afgelost worden,
wordt de klus geklaard. Bovengekomen draaien we rechts in en de
weg gaat weer naar beneden. Langs een jagersuitkijkpost komen we
links in een brede brandgang terecht waarna een zeer steile singletrack
afdaling de remmen doet piepen. Prachtig stukje waar techniek en
zelfbeheersing nodig zijn om in 1 ruk naar beneden te rijden.
Weeral vervoegen we een zijriviertje van de Hoëgne, letterlijk
zelfs want we moeten een eindje omhoog in een stenenbezaaide rivierbedding.
De fiets wordt hierdoor wel properder maar de voeten en benen (remember
de waarschuwing om waterdichte sokken mee te brengen?) worden er
wel nat en koud van. Het houdt niet op want alweer moeten we de
Hoëgne over, die hier al zo'n 5 meter breed is, via een betonlaag
net onder het wateroppervlak. De laatste paadjes en G.R. 573 brengen
ons op de grote baan in Neufmarteau. We hebben nu ongeveer 24 kilometer
afdaling achter de rug, en het laatste stuk loopt over asfalt, zacht
dalend richting Theux. Moe maar ik denk wel tevreden komen we na
zo'n 3u35 rijden in Theux aan. Ik heb net geen 60 kilometer op de
teller staan. Met alle pauzes erbij waren we zo'n 4u45 onderweg.
Het positief hoogteverschil over gans de tocht bedroeg 805 meters.
Terug aan het station van Theux kunnen we gelukkig de fietsen afspuiten
dankzij de vriendelijke stationschef.
Ik hoop dat iedereen er een beetje van genoten heeft, ondanks de
koude en natte omstandigheden. Maar de kou is eigenlijk niet zo'n
faktor, tijdens de klim en later ook in de technische stukken van
de afdaling vergeet je die kou gewoon, tenzij je met natte voeten
zit natuurlijk.
Je zou kunnen opmerken dat er nog wat teveel asfalt in deze tocht
zit, en je hebt gelijk. Maar hier moet je 2 faktoren meerekenen
Ten eerste de zwaarte van de tocht, die al voldoende groot was door
het weer en de afstand, en ten tweede ben je hier en daar verplicht
om op de grotere boswegen te blijven. Zeker moet er een mogelijkheid
zijn om tussen het Bois de Staneu en Le Petit Normand tijdens de
klim over meer bos en veldwegels te rijden, en ook het laatste stuk
tussen Neufmarteau en Theux moet verder over boswegen kunnen. Ik
denk dat hier tijdens het voorjaar nog wel wat speurwerk aan te
pas zal komen, maar ben zeker bereid om hier verder op te komen
zoeken, want dit is echt 1 der mooiste streken in Belgie voor wat
Mountainbiken betreft. Uit al dat speurwerk komt misschien wel een
tweede editie van deze tocht tevoorschijn.
Aan allen nog veel bikeplezier gewenst en tot op de volgende Rode
Lintjes Tocht !
Adri Haine, 18 november 2001
|